Vergelijk aanbiedingen

Landhuizen van Curacao

Landhuizen van Curacao

 

                                  DE LANDHUIZEN VAN CURACAO

 

De koloniale landhuizen van Curaçao, veelal gebouwd in de 18e en 19e eeuw, zijn meestal voormalige plantagehuizen. Sommigen zijn klein, andere weer behoorlijk groot, maar al deze landhuizen behoren nog steeds tot de grote bijzonderheden, de attracties en het cultureel erfgoed van het eiland Curaçao. Er waren toendertijd ongeveer honderd kleine plantages op het eiland Curaçao.

De namen van deze plantages zijn nog steeds in gebruik als plaatsnamen, zoals Brievengat, Dokterstuin, Knip, Pannekoek, Rooi Catootje, Siberie, Zeelandia et cetera. Het landhuis was het middelpunt van iedere plantage, omdat daar de meester met zijn huisslaven altijd woonde. Om het landhuis gelegen bevonden zich de pakhuizen en de slavenhutten. De slaven werden meestal tewerkgesteld op het land of in de zoutwinning. De plantagehouder kon vanuit zijn landhuis al zijn bezigheden overzien, omdat de landhuizen meestal op een heuvel gebouwd waren en aldus de naburige landhuizen goed te zien waren.

De landhuizen werden gebouwd met behulp van koraalsteen met enkele details van baksteen als een complement. De hoge zadeldaken werden afgemaakt met oranje-roodkleurige Hollandse dakpannen, die het regenwater naar speciale inpandige waterbakken leidden. In de meeste gevallen is het landhuis in mooie sprekende Caribische kleuren geschilderd, waarvan de meest voorkomende kleur trouwens okergeel is. Maar er zijn ook andere varianten mogelijk.

Een belangrijk kenmerk van een landhuis is dat het huis behoorde tot een specifieke plantage. Daardoor had het een of meerdere magasina’s. Maar ook buitenverblijven werden vaak als landhuis aangemerkt. Landhuis Zeelandia is daar een mooi voorbeeld van. Veelal was het landhuis gesitueerd op een heuvel. Een indrukwekkende trapopgang, een terras en een opvallende en uitgesproken klokgevel maakten het gezichtsbepalende karakter compleet.

Van deze koloniale landhuizen heeft een verrassend groot aantal de tand der tijd goed doorstaan. Iets meer dan honderd van deze plantagehuizen bestaan nog steeds, meestal in wisselende conditie verkerend en verspreid over het eiland. Gelukkig wordt een aantal in verval geraakte plantagehuizen volledig gerenoveerd. De resultaten zijn vaak verbluffend. Een paar sprekende voorbeelden zijn de niet lang geleden gerenoveerde landhuizen Klein Santa Martha, Hato en Wechi. Daarvan zijn er overigens 86 nog volledig intact en zijn er 21 veranderd in een ruïne. Een aantal is voor het publiek opengesteld.

Landhuis San Juan

Misschien wat afgelegen in Soto, maar toch goed bereikbaar ook en zeker de moeite van het bekijken waard. De plantage San Juan is in 1662 gebouwd en bevindt zich tussen de plantage Cas Abou en Santa Martha. Vroeg in de 17e eeuw werd er maïs, suikerriet, katoen en indigo verbouwd. In de vruchtbare vallei werd toenmaals ook aan veeteelt gedaan. San Juan is uniek te noemen, omdat de geschiedenis van de plantage relatief goed gedocumenteerd is. Er is bijvoorbeeld nog een slavenboek, waarin de zwangere slaven staan genoteerd die hun baby´s in de kleine kamer in de westvleugel van het landhuis ter wereld brachten. San Juan is zeker een bezoek waard, ook al vanwege de koele en schaduwrijke oprijlaan met Mansjalinjas die naar de eigenlijke plantage leidt. Daarnaast kent de plantage drie knusse baaien, die het bezoeken zeker waard zijn.

Landhuis Knip

Het geelkleurde Landhuis Knip oftewel Kenepa is vernoemd naar de vrucht van de kenepaboom. Het landhuis dateert van het begin van de 18e eeuw, om precies te zijn uit 1830. Het is zonder twijfel het mooiste historische landhuis van Curaçao. Het was ooit een van de meest welvarende plantages op het eiland. De plantage Knip dateert al uit 1694 en had ooit een oppervlakte van 850 hectare. De producten waren divi-divi-vruchten en zaadpotten, kenepavruchten, watapanapeulen en aardappelen. Daarnaast werden er meloenen gekweekt en verbouwd. Wat later in het bestaan van de plantage werd er ook veeteelt op de plantage bedreven en schapenwol geproduceerd. Het koloniale huis is een belangrijk monument in de historie van het eiland Curaçao. Hier gebeurde het namelijk in 1795, om precies te zijn op zeventien augustus 1975, toen een aantal slaven onder leiding van de van Haïti afkomstige Tula, weigerden aan het werk te gaan op de plantage. Het luidde de grootste slavenopstand in van heel de Caribische archipel. De aanleiding van de opstand was een collectieve straf die de slaven op plantage Knip hadden gekregen. Zij moesten een deel van hun weekrantsoen inleveren. Dat werd niet gepikt door de slaven en zij legden hun werk op de plantage neer. Een grote groep rebellerende plantageslaven trok vervolgens naar Santa Cruz met de uiteindelijke bedoeling naar Willemstad te trekken, daarbij werden onderweg bijzonder grote vernielingen aangericht. Zo werden bijvoorbeeld het Landhuis Hermanus en de magazijnen van Landhuis Ascencion volledig platgebrand. De slaven stuitten bij Santa Cruz op een grote politiemacht die op de been was gebracht. Het groeiende aantal opstandige en muitende slaven, op een bepaald moment zelfs meer dan 1000, werd uiteindelijk overweldigd en de directe leiders – Tula, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao – van de slavenopstand werden tijdens een schijnproces in Willemstad ter dood veroordeeld. Tula is als gevolg daarvan nog altijd een belangrijke historische figuur, zelfs voor de huidige inwoners van Curaçao. Er werd ook een bioscoopfilm van de toenmalige slavenopstand gemaakt, Tula The Revolt.

In 1875 waren er bij landhuis Kenepa op het moment van de afschaffing van de slavernij nog altijd 175 slavenhutten en vijf stenen gebouwen op de plantage aanwezig, die in totaal 390 mensen huisvesten. Het landhuis werd in haar bestaan al twee keer grondig gerestaureerd, te weten in 1939 en 1985. De jaartallen van deze volledige restauraties staan netjes in de gevels gegraveerd van het koloniale huis. Het plantagehuis vormt een rechthoek en de brede, aan oost- en westzijde open galerijen met een zogenaamd lessenaarsdak op de ruime terrassen zijn bedoeld om het landhuis zelf zo koel mogelijk te houden. Het zadeldak met rode dakpannen, heeft in totaal acht dakkapellen.

Landhuis Knip is niet meer in het bezit van de beruchte slavenbel/slavenklok. De oorspronkelijk plaats van de slavenbel is nog wel te bezichtigen. De slavenbel verhuisde namelijk ooit van landhuis Knip naar landhuis Girouette, echter daar hangt de bel tegenwoordig ook niet meer.

Landhuis Knip ligt vlakbij één van de mooiste stranden van Curaçao; ‘Grote Knip’. Grote Knip is bijzonder populair bij zowel geboren Curaçaoënaars als bij toeristen. Je kunt er heerlijk snorkelen, scubaduiken, zonnen en natuurlijk zwemmen.

Momenteel biedt het plantagehuis overigens onderdak aan een museum en een tentoonstelling over Curaçaose antieke meubelen.

Landhuis Ascencion

Bij een bezoek aan Banda’bou, het meer westelijk gelegen deel van het eiland, is het zeer zeker de moeite waard om eens een bezoek te brengen aan het Landhuis Ascencion, net rechts voor de plaats Barber. De Ascencion-plantage werd gesticht in het jaar 1672 en is gelegen op het grondgebied van een voormalig indianendorp. De hooggelegen positie van dit bijzondere koloniale plantagehuis diende niet slechts om op een optimale wijze gebruik te kunnen maken van de noordoostelijke passaatwind, maar diende tevens een strategisch belang. Natuurlijk lagen de naburige plantagehuizen binnen het directe gezichtsveld van landhuis Ascencion, wat vanzelfsprekend van belang was als er ergens een mogelijke opstand dreigde uit te breken of zich een andere bijzonderheid bij naastgelegen landhuizen voordeed. De plantagehouders konden elkaar op deze wijze altijd tijdig waarschuwen.

Aan het begin van de 20e eeuw woonde schrijver en politicus Cola Debrot in het landhuis, een periode die hij onder andere beschrijft in zijn roman “Mijn zuster de Negerin’. In 1965 werd het plantagehuis in gebruik genomen door de Koninklijke Marine als vormingscentrum. Het wordt beschouwd als één van de mooist gerestaureerde en gemeubileerde landhuizen van Curaçao.

Landhuis Hato

Hato is Spaans voor veeplaats. Op de voormalige plantage is vandaag de dag het internationale vliegveld van Curaçao gevestigd, welke eveneens de naam Hato draagt. Op enkele tientallen meters van het voormalige plantagehuis verwijderd staan de vliegtuigen dan ook opgesteld.

Het landhuis bestaat uit een hoofdgebouw met een schilddak met aan alle zijden dakkapellen. Aan de twee lange zijden van het plantagehuis bevindt zich een galerij met lessenaarsdak. Het landhuis is in het jaar 2013 volledig gerenoveerd.

Plantage Hato was ooit één van de grootste plantages op Curaçao. Het had een totale oppervlakte van maar liefst 1400 hectare en er waren bijna 100 slaven werkzaam. In 1750 is er een opstand uitgebroken op plantage Hato, waarbij 60 slachtoffers vielen, waaronder een Europeaan. Het landhuis diende in eerste instantie als buitenverblijf voor de directeur van de West-Indische Compagnie. Op de plantage ontsprong ook een natuurlijke bron, die altijd een koele hoeveelheid bergwater gaf. Dat is overigens nog immer zo. Men dacht aanvankelijk dat het water zelfs helende krachten had en de bron werd dan ook aanbevolen om in te baden. Mede dankzij deze bron waren er veel goede weidegronden op de plantage aanwezig. Er werden voornamelijk runderen, schapen en geiten gehouden. Daarnaast bezat het landhuis ook uitgebreide maïsvelden. Na enige tijd als wijnchateau en B&B te hebben gediend staat het landhuis op dit moment weer leeg.

Landhuis Groot Davelaar

Het hoofdgebouw van het landhuis bestaat uit een achthoekige kern met rondom een brede galerij. Daaromheen ligt aan drie zijden van het landhuis nóg een galerij. Op de bovenste verdieping ligt onder een tentdak met acht schilden een achthoekige kamer met daaromheen een balustrade. Aan de westzijde is een breed front uitgebouwd met een driehoekig naar voren springende entree met aan weerzijde brede trappen naar de eerste verdieping van het landhuis. Het is overigens het enige landhuis dat zijn naam op de gevel geschilderd heeft.

Er doen verschillende verhalen de ronde over de ontstaansgeschiedenis van landhuis Groot Davelaar. Het zou omstreeks het jaar 1865 zijn gebouwd en hebben gediend als buitenverblijf voor de uitgeweken revolutionair en latere president van Venezuela Guzmán Blanco. Andere, meer geloofwaardige verhalen stellen dat het omstreeks de jaren 1873/1874 werd gebouwd in opdracht van Juan R. Blanch. Net als dat bij landhuis Klein Davelaar het geval is, stamt de naam af van de familienaam Davelaar. Als bijnamen komen we tegen ‘Davelaar’ alsmede ‘Welgelegen’.

Landhuis Malpais

Het landhuis bestaat uit een hoofdgebouw met aan twee zijden een ruime galerij. Een van de galerijen is overigens langer dan het hoofdgebouw. Het heeft een zadeldak met aan de ene zijde vijf asymmetrisch geplaatste dakkapellen met aan de andere kant van het dak slechts drie dakkapellen. Zowel de gevel als de dakkapellen aan de zuidzijde hebben een in het oog springende bekroning.

Plantage Malpais was oorspronkelijk 930 hectare groot en daarmee de grootste plantage in het midden district van het eiland Curaçao. De oorspronkelijke plantage omvatte toenmaals ook de later afgescheiden plantages Siberie, Wechi en Souax. De naam stamt vermoedelijk nog uit de Spaanse tijd. De Spanjaarden noemden een dor en droog stuk land namelijk ‘Malpays’, oftewel ‘slecht land’. Er werd in hoofdzaak veeteelt bedreven, maar er waren ook zoutpannen in de Sint Michielsbaai. Die leverden echter hoe spijtig ook, niet zo veel op.

Landhuis Barber

Het hoofdgebouw van landhuis Barber bestaat uit twee verdiepingen; de bovenste verdieping is overigens later toegevoegd. Het kenmerkt zich door een zadeldak zonder dakkapellen. Aan de lange zijden van het landhuis bevindt zich een galerij met een zogenaamd lessenaarsdak. De galerij aan de noordzijde is wat smaller dan die aan de zuidzijde. Op vallend is, dat op de zogeheten Werbata-kaarten is te zien dat het landhuis buiten de toenmalige grenzen van de plantage was gelegen. Achter het landhuis bevindt zich het natuurpark Hòfi Pastor, een oude boomgaard waarin onder andere de oudste boom van Curaçao te bewonderen is, een ruim 400 jaar oude kapokboom.

De plantage werd in het jaar 1711 gesticht door Barbara Boom-Exteen, de dochter van de eigenaar van plantage Ascencion. Er werd voornamelijk wol geproduceerd op plantage Barber, maar in een wat later stadium was ook sprake van een sisalcultuur. De plantage had een totale oppervlakte van 283 hectare.

In 1833 werd de plantage door pastoor Niewindt gekocht en werd het landhuis als seminarie en opleidingsschool voor Rooms-Katholieke geestelijken ingericht. De bovenverdieping van het landhuis is zoals gezegd in een later stadium op het oorspronkelijke hoofdhuis geplaatst, opdat daar de priesterstudenten konden worden gehuisvest. Nadat de plantage in 1913 aan de overheid is verkocht bleef het plantagehuis eigendom van de Rooms-Katholieke kerk en is het in gebruik als pastorie.

Landhuis Dokterstuin

Het hoofdgebouw van het landhuis bestaat uit twee verdiepingen, waarbij opvalt dat de onderste verdieping beduidend groter is dat de bovenste. Het landhuis met als bijnamen ‘Dokter’ of ‘Klein Ascencion’ heeft een schilddak zonder dakkapellen. Aan de oost- en de westzijden van het hoofdgebouw is een verlenging met een zadeldak gebouwd. Beide verlengingen hebben geen verdieping en zijn met de korte zijden tegen het hoofdgebouw aan gebouwd.

Plantage Dokterstuin was een behoorlijk grote plantage van in totaal 526 hectare en bestond al in de 17e eeuw. In 1866 was de plantage eigendom van het gouvernement. Het landhuis van de plantage is decennia bewoond geweest door huisartsen die in dienst waren van het Curaçaose gouvernement.

Tegenwoordig is er een restaurant in het landhuis gevestigd

Landhuis Duivelsklip

De ruïnes van landhuis Duivelsklip liggen in het niet toegankelijke oostelijke deel van het eiland Curaçao, het zogenaamde ‘Land van Maal’. Het is nog niet geheel duidelijk of de coördinaten van de huidige ruïnes toebehoren aan het oorspronkelijke landhuis of van een magasina van het toenmalige plantagehuis zijn geweest.

Duivelsklip was in de bloeitijd van de slavernij, zo in het derde kwart van de 17e eeuw, een slavenkamp. Er wordt momenteel nog verder onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van landhuis Duivelsklip.

Als nabijgelegen landhuizen kunnen worden genoemd Fuik en Oostpunt

Landhuis Fuik

De ruïnes van landhuis Fuik, gebouwd omstreeks 1784, liggen eveneens in het niet toegankelijke deel van het eiland Curaçao. Recente foto’s zijn er dus ook niet. Het landhuis had een hoofdgebouw met een schilddak met talloze dakkapellen. Rondom bevonden zich de gesloten galerijen. Twee bijgebouwen hadden ooit een laag zadeldak, met zogenaamde volutenaccolades en een gezwenkt topje. In de schildjes viel onder andere ‘maart 1789’ te lezen. Verder waren de twee behoorlijk fors uitgevallen hekpalen met bekroning bij de zuidelijke toegang van de plantage en nabij het landhuis zelf vrij opmerkelijk te noemen.

De plantage werd in het begin van de 19e eeuw samengevoegd met plantage Oostpunt, en wat later met Duivelsklip en Santa Barbara. Op de oorspronkelijke plantage werd voornamelijk veeteelt bedreven, maar in de 18e eeuw werden ook al wat zoutpannen geëxploiteerd. De in totaal zeven zoutpannen van de plantage zouden de grootste van het eiland zijn geweest en daarnaast brachten ze ook nog eens het meeste op.

Landhuis Oostpunt

Landhuis Oostpunt met als bijnaam ‘Punta Terra’ was eveneens gelegen in het niet toegankelijke oostelijke deel van het eiland Curaçao.

Plantage Oostpunt was in de bloeitijd van de slavernij – het derde kwart van de 17e eeuw – een slavenkamp. Er wordt momenteel nog verder onderzoek gedaan naar de juiste geschiedenis van landhuis Oostpunt.

Landhuis Oranjeberg

Landhuis Oranjeberg met als bijnaam ‘Urambè, was ook gelegen in het thans niet toegankelijke oostelijke deel van het eiland, het zogenaamde ‘Land van Maal’. Er wordt op dit moment nog verder onderzoek gedaan naar de geschiedenis van dit landhuis.

Landhuis Jongbloed

Ondanks het feit dat het op veel hedendaagse landkaarten nog steeds is opgenomen, bestaat het oorspronkelijke landhuis Jongbloed niet meer. De enige overgebleven magasina van het landhuis is volgens de eigenaar verbouwd tot crèche en woonhuis. Wat verwarrend is dat in sommige boeken en op enkele websites het eind 19e eeuw gebouwde landhuis Oost Jongbloed wordt afgebeeld als zijnde landhuis Jongbloed. Vele jaren nadat het oorspronkelijke plantagehuis Jongbloed door brand geheel werd verwoest is landhuis Oost Jongbloed namelijk gebouwd en was dat landhuis ook het nieuwe landhuis van de plantage. Landhuis Oost Jongbloed is zodoende een op zichzelf staand landhuis. De plantage Jongbloed was 90 hectare groot. Relatief klein zodoende. De eerste eigenaar was Jan Jongbloed, schipper van beroep, die de oorspronkelijke plantage Boventuin in 1727 kocht en deze plantage vervolgens herdoopte tot plantage Jongbloed. De huidige wijk Jongbloed ontleend zijn naam er dus ook aan.

In 1803 werd de plantage geplunderd en het landhuis in de as gelegd. Daarna is het oorspronkelijke landhuis nooit weer herbouwd. Het enige dat er momenteel van resteert is een oude magasina.

Landhuis Oost Jongbloed

Het oorspronkelijke landhuis Jongbloed werd zoals gezegd ooit door brand verwoest. Aan het einde van de 19e eeuw is landhuis Oost Jongbloed daarvoor in de plaats gebouwd. Het werd vervolgens het nieuwe landhuis van de plantage Jongbloed. Als gevolg van de diverse locaties van het oorspronkelijke landhuis Jongbloed en het later nieuwgebouwde plantagehuis wordt het huidige landhuis veelal Oost Jongbloed genoemd. Deze naam wordt ook gebruikt op de website van Curaçao Monuments. Het op zichzelf natuurlijk kleine landhuis Oost Jongbloed wordt in enkele boeken en tevens op sommige websites als landhuis Jongbloed afgebeeld. Het bestaat uit een relatief klein hoofdgebouw met een schilddak. Aan de noordzijde van het landhuis is omstreeks 1920 een dwarsvleugel bijgebouwd.

Plantage Jongbloed was met haar oppervlakte van 90 hectare een relatief kleine plantage op het eiland. De eerste eigenaar was de schipper Jan Jongbloed, die de plantage Boventuin in het jaar 1727 kocht en deze daarna de naam Jongbloed gaf.

De huidige bestemming van het landhuis is een crèche annex woonhuis.

Landhuis Liverpool

Het landhuis bestond oorspronkelijk waarschijnlijk uit één hoofdblok met een schilddak. Op plantage Liverpool is korte tijd getracht om katoen te kweken. Er wordt nog verder onderzoek gedaan naar de juiste geschiedenis van dit landhuis.

Landhuis Jonchi

Landhuis Jonchi was oorspronkelijk een klein vierkant huis van twee verdiepingen met een plat dak en een lijstgevel. Het werd omstreeks 1890 gebouwd. In een later stadium is het huis uitgebreid met een in dezelfde stijl gebouwde zijvleugel. Het heeft zodoende nu een duidelijke L-vorm. Als bijnamen worden gebruikt ‘Joontje’; ‘Joonchi’ en ‘Mon Repos’. De oprijlaan is behoorlijk uniek te noemen voor Curaçao. Het pand is thans in gebruik als kantoorgebouw voor een bank en trustkantoor.

Jonchi was een buitenverblijf met een zeer vruchtbare lusttuin. Nog steeds is het een relatief vochtig gebied en na regenval nog immer erg waterrijk.

Landhuis Klein Kwartier

Het landhuis kent een breed hoofdgebouw met een schilddak zonder dakkapellen. Er zijn geen galerijen aanwezig. Het landhuis werd eind 18e eeuw gebouwd. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Vrede’. Het is recentelijk volledig gerestaureerd.

Plantage Klein Kwartier was oorspronkelijk 111 hectare groot. Halverwege de 19e eeuw teelde men er het pigment cochenille. Een rode kleurstof. De kleurstof wordt verkregen uit drie verschillende schildluissoorten. In het begin van de 20e eeuw stond de plantage tevens bekend om zijn grote oranjerie van omstreeks 1000 oranjebomen.

Momenteel is het landhuis een clubgebouw voor een serviceclub.

Landhuis Rust en Vrede

Het kleine landhuis Rust en Vrede heeft een kern met een schilddak. Aan alle zijden is een galerij te vinden met een lessenaarsdak. Het werd gebouwd in de tweede helft van de 19e eeuw. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Moré Papa’. Het landhuis verkeert op dit moment in een zeer slechte staat van onderhoud.

Rust en Vrede was een buitenverblijf. Er wordt momenteel nog verder onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van het landhuis.

Landhuis Rif Sint Marie

Het landhuis Rif Sint Marie heeft een T-vorm en had oorspronkelijk een zadeldak met diverse dakkapellen. Bijna volledig rondom was een galerij met lessenaarsdak. Aan de zuidwestzijde bevonden zich twee bijgebouwen, welke aan het huis waren gekoppeld en in gebruik waren als keuken en dienstruimte. Op beide bijgebouwen bevond zich een zelfstandig zadeldak. Er was een groot terras met drie opgangen.

Plantage Rif was een van de eerste negen plantages van de West-Indische Compagnie en dateert zodoende uit de 17e eeuw. De plantage heette toenmaals Sint Marie, genoemd naar de Sint Mariebaai. De naam Rif werd voor het eerst rond 1796 gebruikt. Er werd in die tijd tabak, katoen, suikerriet en indigo verbouwd. In het begin van de 19e eeuw werd begonnen met zoutwinning uit de Sint Mariebaai. Rond 1680 is het eerste stenen huis gebouwd voor de toenmalige opzichter van de West-Indische Compagnie. Het tweede landhuis werd omstreeks 1800 gebouwd, enkele tientallen meters ten zuiden van het huidige landhuis. Dit huis ging echter in 1805 als gevolg van een inval door de Engelsen, in vlammen op. Het huidige landhuis, dat nog steeds een ruïne is, dateert vermoedelijk uit 1840. Als bijnamen worden gehanteerd ‘Klein Santa Marie’, ‘Rif’ en ‘Sint Marie’.

Landhuis Buitenbosch

Er is nog weinig inhoudelijke informatie beschikbaar over dit landhuis.

Het dorp Sint Willibrordus kreeg zijn naam in het jaar 1888, bij de inwijding van de kerk. Daarvoor heette het dorp Buitenbosch of in het Papiaments: ‘Mondi Afó’. Martinus Marugg, een in Amsterdam geboren chirurgijn ter genezing van slaven en planters in de Westdivisie was de eigenaar van plantage Buitenbosch. Het landhuis fungeerde onder andere als chirurgijnswoning. Martinus overleed in 1823 in het landhuis. Na zijn overlijden wilde zijn zwager Pieter Schüler het werk van Martinus voortzetten. Hij kreeg toestemming om in het landhuis te wonen, maar hij mocht niet als chirurgijn optreden. Toch werd Pieter in 1824 aangeklaagd in verband met de dood van een slavin die door hem behandeld was. Het landhuis is waarschijnlijk kort daarna afgebroken, want in 1830 wordt het niet meer genoemd.

Landhuis Jan Kock

Landhuis Jan Kock heeft een hoofdgebouw met een zadeldak met in totaal vier dakkapellen. Aan de beide lange zijden bevindt zich een galerij met een lessenaarsdak.

Van het oorspronkelijke plantagehuis dat dateert uit 1704, was aan het einde van de 18e eeuw door brand en verval weinig meer over. In 1840 is het landhuis volledig herbouwd. Alleen het magasina dateert nog uit de beginjaren van de plantage. Deze was toenmaals 345 hectare groot en er werd voornamelijk zout gewonnen uit de Santa Maria baai. Halverwege de 19e eeuw waren op deze plantage meer dan 100 slaven werkzaam, een plantage overigens waar naast de eerdergenoemde zoutwinning ook sprake was van akkerbouw en veeteelt. Het landhuis is gebouwd door Adriaan Kock, ook bekend als Arian, maar is vernoemd naar de bewoner Jan Kock. Hij woonde samen met zijn dochter en schoonzoon in het landhuis. Toen zijn dochter overleed en zijn schoonzoon naar elders vertrok, werd Jan Kock de beheerder van het plantagehuis. Hij was niet erg geliefd onder de slaven. Er doen verhalen de ronde dat zijn geest nog steeds bij het landhuis ronddwaalt. Als bijnamen kunnen worden genoemd ‘Arriankok’ en ‘Zevenhuizen’.

Landhuis Hermanus

Landhuis Hermanus heeft een T-vormig hoofdgebouw. De ‘poot’ van de T heeft een zadeldak met aan beide zijden een galerij met een lessenaarsdak. Het liggende deel van de T bestaat uit twee verdiepingen met een schilddak. Aan de oostzijde van de onderste verdieping is een halfopen galerij, die aan het zuiden uitsteekt. In het open gedeelte van de galerij is de ingang van het landhuis gelegen.

In 1795 is het oorspronkelijke landhuis tijdens de slavenopstand in vlammen opgegaan. Het huidige landhuis dateert ongeveer uit het jaar 1800, maar in een later stadium zijn nog diverse toevoegingen gebouwd. De plantage was in zijn totaliteit 250 hectare groot en werd al rond het jaar 1650 door de West-Indische Compagnie gesticht. Zoutwinning uit de nabijgelegen saliña Santa Maria was de belangrijkste bezigheid, maar er werd ook op grote schaal maïs verbouwd op deze plantage. In1716 werd de oorspronkelijke plantage uiteindelijk aangekocht door Hermanus Stork, aan wie het landhuis dan ook zijn naam dankt. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Oud Sint Marie’.

Landhuis Korporaal

Er is momenteel nagenoeg geen informatie beschikbaar over de geschiedenis van dit landhuis. Daar wordt nog nader onderzoek naar verricht.

Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Zorgvlied’.

Landhuis Lagoen

Over de dit landhuis is op dit moment nog weinig informatie beschikbaar. Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Lagoen.

Landhuis Jeremi

Het plantagehuis Jeremi bestaat uit een langgerekt hoofdgebouw voorzien van een zadeldak. Het is qua bouwstijl trouwens niet te vergelijken met andere landhuizen op het eiland. Het landhuis is door het ontbreken van grote delen van de verdiepingsvloer en het dak onbewoonbaar geworden. Als bouwjaar wordt aangehouden 1880.

Feitelijk kun je landhuis Jeremi ook niet daadwerkelijk een landhuis noemen, daar het in 1880 door opdrachtgever John Godden werd gebouwd ten behoeve van de mogelijke winning van ter plekke aanwezige mangaanertsafzettingen. Het landhuis werd al snel ook weer verlaten als gevolg van de onmogelijkheid de mangaanafzettingen ter plaatse bedrijfsmatig te winnen.  Vervolgens werd het nog gebruikt voor de scounting. De naam van het landhuis is ontleend aan de nabijgelegen baai met dezelfde naam. Godden zelf noemde de baai overigens Newton, maar die naam is verder nauwelijks meer gebruikt. Als bijnamen voor het landhuis komt men Jeremi-Newton en Newton tegen.

Landhuis Zevenbergen

Het oorspronkelijke plantagehuis Zevenbergen is inmiddels verandert in een grote ruïne. Wat echter nog resteert is een grote magasina, een oude waterput alsook enige indigobakken. Momenteel is een groep vrijwilligers bezig om Landhuis Zevenbergen te herstellen, want het plan is het oude landhuis, althans wat daar nu nog van resteert, open te stellen voor het publiek. Het exacte bouwjaar van het landhuis is onbekend.

In de eerste helft van de 19e eeuw werden de plantages Zevenbergen, Zorgvliet en Savonet samengevoegd. De oude afscheidingsmuren van de oorspronkelijke plantages zijn er overigens nog steeds goed zichtbaar in het terrein. Het huidige Christoffelpark komt overeen met de totale oppervlakte van de drie oorspronkelijke plantages. Op dit moment wordt nog verder onderzoek gedaan naar landhuis Zevenbergen.

Landhuis Meerwijk

Het inmiddels verdwenen landhuis lag op een heuvel op een steenworp afstand van landhuis Bever. De exacte locatie is nog niet duidelijk op dit moment.

Het landhuis werd in 1812 afgebroken. Er wordt nog verder onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Meerwijk. Bijnamen zijn ‘Meerwijk’ en ‘Moerwijk’

Landhuis Santa Cruz

Het hoofdgebouw van landhuis Santa Cruz heeft een hoog zadeldak met in totaal vier dakkapellen. Aan beide lange zijden van het landhuis bevindt zich een galerij met een lessenaarsdak. De hoofdingang wordt aangetroffen aan de westelijke korte zijde. De westelijke topgevel wijkt trouwens af van die aan de oostelijke zijde van het landhuis. Het bouwjaar wordt geschat op 1634.

De oorspronkelijke plantage Santa Cruz werd al gesticht in de 17e eeuw. Er was in eerste instantie voornamelijk sprake van akkerbouw en veeteelt. In een later stadium werd er ook nog suikerriet verbouwd op de plantage. Het vormde de grondstof voor de bereiding van rum. In het jaar 1795 werd plantage Santa Cruz samengevoegd met Pos Spaño, waardoor deze kwam te vervallen. De plantage werd tijdens de slavenopstand van 1795 gebruikt als verzamelplek door de opstandige slaven. Vervolgens werden de in de buurt gelegen plantages door hen aangevallen. Als bijnaam wordt gehanteerd de naam “Sint Kruis”. De hedendaagse bestemming is het Santa Cruz Resort.

Landhuis Rustenpad

Over dit landhuis is op dit moment nog maar weinig informatie beschikbaar. Er wordt nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Rustenpad.

Landhuis Paradera

Over dit landhuis is nog geen bruikbare informatie beschikbaar. Er wordt momenteel nog verder onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke geschiedenis van het landhuis. Als bijnaam wordt gebruikt ‘Slot van Uytrecht’ voor landhuis Paradera.

Landhuis Papaya

Dit landhuis bestaat uit drie onderdelen die in de lengterichting aan elkaar zijn gebouwd. Alle bouwdelen hebben ieder een afzonderlijk schilddak met aan de voorzijde boven de ingang van het landhuis één bescheiden dakkapel.

Papaya was één van de kleinere plantages en maakte oorspronkelijk deel uit van de veel grotere plantage Malpais. Er werd onder andere veeteelt bedreven, maar er werden ook papaja’s verbouwd waarvan nog een enkele papajaboom resteert, welke direct naast het landhuis staat. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Wel te Vrede’.

Landhuis Seru Grandi

Dit landhuis bestaat uit een hoofdgebouw met twee verdiepingen voorzien van een groot schilddak. Aan alle zijden wordt een opvallend driehoekig fronton met dakkapel aangetroffen. De exacte bouwdatum

Op de plantage werd uitsluitend veeteelt [runderen en schapen] bedreven. Als bijnaam kom men tegen ‘Grote Berg’.

Landhuis Harmonie

Het oorspronkelijke landhuis bestaat overigens niet meer. Op de gronden van het oude plantagehuis is inmiddels het nieuwbouwproject Harmonie gerealiseerd. Erg veel meer is momenteel niet over landhuis Harmonie bekend. Het bouwjaar is onbekend.

Op een landkaart van 1836 is het landhuis al niet meer zichtbaar. Op de zogenaamde Werbata-kaarten van begin 19e eeuw [1900-1910] wordt de ruïne van het landhuis nog wel aangegeven. Er wordt nog verder onderzoek naar het landhuis gedaan. Als bijnaam wordt gebruikt ‘Ramel Josa’.

Landhuis Kleine Berg

Van het oorspronkelijke landhuis is als gevolg van de huidige bestemming weinig meer herkenbaar. Er zijn nog twee in de lengterichting aan elkaar gekoppelde delen zichtbaar elk voorzien van een zogenaamd zadeldak. Aan de noordoost- en de zuidwestzijden van het landhuis zijn galerijen te onderscheiden. Daarnaast is aan de zuidoostzijde een uitbouw met een asymmetrisch zadeldak. Aan de noordwest- en de noordoostzijde is een overdekt terras gesitueerd. Het bouwjaar van het landhuis is onbekend.

De bijnaam van het relatief kleine landhuis luidt ‘Martha Koosje’, vernoemd naar Martha Cosse, ooit de eigenaresse van een geitenplantage. In het landhuis exploiteerde zij een herberg voor de mensen die van Willemstad naar Westpunt reisden. Ook was er in een later stadium een restaurant in het landhuis gevestigd. Op de Werbata-kaarten uit het begin van de 19e eeuw is de plantage Martha Koosje wat noordwestelijker gelegen en staat het feitelijke landhuis vermeldt als Sosiega en wordt het bijna geheel ingesloten door plantage Kleine Berg.

Landhuis Meiberg

Over dit landhuis is op dit moment weinig bekend. Er wordt nader onderzoek verricht naar landhuis Meiberg. Als bijnaam treft men aan ‘Drogenberg’.

Landhuis Daniël

Dit landhuis staat in tegenstelling van vele andere landhuizen niet op een heuvel. Het is qua vorm T-vormig en heeft een hoofdgebouw met een vrij hoog zadeldak voorzien van vier dakkapellen. Aan drie zijden is een galerij met een lessenaarsdak gesitueerd. Aan de noordoostzijde is de ‘poot’ van de T gebouwd, die de daar gelegen galerij verbreekt. Ten behoeve van de huidige bestemming, te weten een hotel/restaurant en duikschool, is aan de zuidwestzijde een terras gecreëerd dat is overdekt met een zadeldak. Het werd is de eerste helft van de 18e eeuw gebouwd.

Over de daadwerkelijke herkomst van de gebruiksnaam Daniël doen twee verschillende verhalen de ronde. Het ene verhaal spreekt over Daniël Ellis als zijnde de stichter van de oude plantage. Het andere dat de plantage werd gesticht door een schipbreukeling die op de feestdag van Sint Daniël aan land spoelde. Landhuis Daniël heeft betrekkelijk kort gediend als plantagehuis. De langste tijd was het een herberg voor mensen die van Willemstad naar Westpunt reisden. Halverwege de 20e eeuw was het landhuis volledig onbewoonbaar en in een zeer slechte staat van onderhoud. In 1976 werd een aanvang gemaakt met het herstel en de renovatie van het pand. Daarbij werd het zoveel mogelijk in de oude staat teruggebracht. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Dain’.

Landhuis Korporaal

Over dit landhuis is nog geen duidelijke informatie beschikbaar.

Als bijnaam kan worden genoemd ‘Zorgvlied’.

Landhuis Chobolobo

Het landhuis Chobolobo bestaat uit twee verdiepingen met een zadeldak zonder dakkapellen. De onderste verdieping is overigens vierkant met een eerste verdieping daarboven in een L-vorm. De ontbrekende hoek heeft een lessenaarsdak en in gelegen boven de keuken. Als bouwjaar wordt aangehouden circa 1800.

Oorspronkelijk stond landhuis Chobolobo op een zoutplantage, vandaar ook de bijnaam ‘Zoutpan’. Het diende in hoofdzaak als buitenverblijf. Nadat het landhuis eind 18e eeuw in handen kwam van een vrijgemaakte slavin verkreeg het zijn huidige – naar het zich laat aanzien – Indiaanse naam, Chobolobo. Aan het einde van de jaren ’40 van de vorige eeuw werd het aangekocht door de firma Senior & Co. Zij waren in het bezit van een eigen ‘laraha’ of [sinaasappel]kwekerij op de plantage Klein Kwartier en brachten de productie van de likeurstokerij over naar Chobolobo. Het landhuis wordt nog immer voor de productie van de wereldberoemde Blue Curaçao likeur gebruikt.

Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Uitzicht’; ‘Lest den Dorst’ en (De) Zoutpan.

Landhuis Brakkeput Mei Mei

Het landhuis was oorspronkelijk U-vormig. Het heeft een golfplaten zadeldak met enkele dakkapellen. Aan de voorzijde is een galerij met een lessenaarsdak.

Van oudsher was er overigens slechts één plantage, genaamd Brakkeput. De naam verwijst naar de op de plantage aanwezige waterput met brak water. Pas veel later is de oorspronkelijke plantage in drieën gesplitst en zijn de namen Abou [‘beneden’], Ariba [‘boven’] en Mei Mei [‘midden’] toegevoegd. Op de plantage Brakkeput Mei Mei werden maïs en bonen verbouwd en was er sprake van veeteelt. Later werd er kalk verbrand. Het landhuis was ooit een buitenverblijf van kooplieden uit de stad. Halverwege de 20e eeuw werd landhuis Brakkeput Mei Mei een clubgebouw voor het personeel van de Curaçaose Petroleum Industrie Maatschappij [CPIM] een onderdeel van de Shell. Op het vlakbij gelegen Spaanse Water kon op diverse manieren aan watersport worden gedaan en op de oude terrasvormige plantage met vele mangobomen konden prieeltjes worden besproken. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Kleijne Bracke Putt’.

Brakkeput Abou

Landhuis Brakkeput Abou heeft meerdere bouwstijlen. Het is T-vormig en heeft een hoog zadeldak met dakkapellen van verschillende breedtes. Aan de noordzijde van landhuis bevindt zich een halve galerij. Aan het dwarsliggende deel van de T-vorm is aan de noordzijde een front aangebouwd. Aan de westzijde alsmede een deel van de zuidzijde is nog een galerij met zadeldak toegevoegd. Het bouwjaar is 1975.

Landhuis Brakkeput Abou maakte oorspronkelijk deel uit van één grote tropenplantage, genaamd Brakkeput en welke in een later stadium in drieën gesplitst werd. De naam is afgeleid van een op de plantage aanwezige waterput met bark water. De in een later stadium afgesplitste plantages heten Brakkeput Mei Mei [‘midden’] en Ariba [‘boven’]. Op Brakkeput Abou is overigens nooit uitgebreid aan landbouw of veeteelt gedaan. Wel heeft men in de twintigste eeuw geprobeerd er rubberplanten te telen en schildpadden te kweken. Het landhuis is enige jaren geleden volledig gerestaureerd en wordt nu als woonhuis gebruikt. Als bijnamen kom je tegen ‘Rust en Vrede’ en ‘Rust van Bonaire’.

Landhuis Brakkeput Ariba

Dit landhuis is van oorsprong U-vormig, maar de patio heeft men in een later stadium overdekt. Landhuis Brakkeput Ariba heeft een schilddak zonder dakkapellen. Aan de noordzijde treft men boven de ingang van het landhuis een dakconstructie aan op twee pilaren. Enkele van de oorspronkelijke magasina’s zijn tegenwoordig in gebruik als klaslokaal. Het bouwjaar van het landhuis is onbekend.

Van oudsher maakte deze in een later stadium gesplitste plantage, deel uit van één enkele plantage tezamen met de huidige gronden van Brakkeput Mei Mei en Abou.

De naam van de plantage is ontleed aan de put met brak water die zich op de plantage bevond. Het landhuis was vermoedelijk een buitenverblijf van kooplieden uit de stad. In de eerste helft van de 20e eeuw is het landhuis ter beschikking gesteld aan de kruisvaders van Sint Jan. De monniken begonnen rondom die tijd met een opleiding ten behoeve van jongens die niet naar de ambachtsschool konden gaan. Als bijnamen komt men tegen ‘Nooitgedacht’ en ‘Nijdrust’.

Landhuis Jan Sofat

Het landhuis is gelegen in de tegenwoordig 24-uur bewaakte woonwijk Jan Sofat, dat vermoedelijk een verbastering is van Jan Zoutvat. Alleen bewoners en hun bezoekers kunnen voorbij de beveiliging komen. Het landhuis heeft een hoofdgebouw met een schilddak met aan drie zijden dakkapel. Aan alle zijden treft men een galerij aan met een lessenaarsdak. Door meer recente verbouwingen zijn uitbreidingen toegevoegd. Het bouwjaar van het oorspronkelijke landhuis is niet bekend.

In het jaar 1715 kocht Jan Houtvat de plantage Uylenburg van de West-Indische Compagnie. Al snel werd gesproken over ‘Jan Zoutvat’ als het om de plantage ging. Weer wat later werd nog slechts gesproken over Jan Sofat. Op de plantage vond voornamelijk akkerbouw plaats. Op een gegeven moment was ook sprake van katoenbouw. Het oorspronkelijke landhuis bestaat niet meer. Het huidige landhuis werd op de fundamenten van het oude landhuis gebouwd en heeft verder dezelfde vormen. Als bijnaam wordt gebruik gemaakt van ‘Jan Zoutvat’, ‘Vrede[n]berg’ en Uylenberg. Het landhuis is tegenwoordig als woonhuis in gebruik.

Landhuis Brievengat

Dit landhuis bestaat uit een langgerekt hoofdgebouw voorzien van een zadeldak met in totaal acht gelijksoortige dakkapellen en aan beide lange zijden een galerij met een lessenaarsdak. Aan de zuidzijde is de galerij open en voorzien van vijftien open bogen, waarvan de middelste boog tevens toegang biedt tot het landhuis zelf.

Veeteelt was oorspronkelijk de hoofdbezigheid op plantage Brievengat. Het betrof in hoofdzaak geiten en schapen. Aan het einde van de negentiende eeuw werd er ook aloë vera verbouwd. De plantage was met zijn totale oppervlakte van 503 hectares één der grootste en ook belangrijkste plantage op het eiland. Tijdens de orkaan van 23 september 1877 werd driekwart van het vee gedood en werd het landhuis volledig verwoest. De toenmalige eigenaar [Shell] wilde het met de grond gelijk maken. Gelukkig werd besloten het aan een erfgoedstichting te schenken en als gevolg daarvan is het uiteindelijk volledig hersteld. Het landhuis heeft twee opvallende vierkante torens op de hoeken van het voorterras. Oorspronkelijk waren deze torens bedoeld als wacht- en uitkijktorens, maar soms werden deze ruimtes ook gebruikt als strafruimte voor slaven. In een later stadium werden de torens ook gebruikt als duiventil.

Landhuis Zuikertuintje

Landhuis Zuikertuintje bestaat uit twee verdiepingen, zowel het hoofdgebouw als de galerijen. Het heeft een zadeldak met aan weerszijde drie dakkapellen. De galerijen hebben een lessenaarsdak. De dakkapellen zijn vermoedelijk pas later [in het jaar 1870] aan het landhuis toegevoegd. De gevels van het landhuis hebben een kleine eenvoudige topbeëindiging. Aan de zuidwestzijde van het landhuis is de Zuikertuin Mall gebouwd. In het verleden was ook lange tijd sprake van een supermarkt.

Op plantage Zuikertuintje werd in opdracht van de West-Indische Campagnie suikerriet verbouwd. Daarnaast leverde men putwater van een zeer goede kwaliteit aan schepen. Al in het jaar 1662 functioneerde landhuis Zuikertuintje als de doorslaggevende plantage voor de voedselvoorziening ten behoeve van slavenkampen op Zuurzak en Sint-Joris. Als bijnamen kent het landhuis de volgende beschrijvingen ‘Chinchorro’, ‘Kornetstuin’ en ‘Korporaalstuin’.

Landhuis Rooi Catootje

Het hoofdgebouw van landhuis Rooi Catootje bestaat uit twee verdiepingen met een schilddak. Op de onderste verdieping bevindt zich aan alle zijden van het landhuis een galerij met lessenaarsdak. De waterbak heeft een zadeldak met een tuitgevel en is met een van bogen voorzien aquaduct verbonden met plantagehuis. Bouwjaar circa 1800.

Plantage Rust en Vree [of Vrede] was relatief klein en 30 hectare groot. Deze plantage was gelegen bij Rooi Catootje, een belangrijke waterafvoer voor het regenseizoen. Er hoofdzakelijk landbouw bedreven op de plantage en in een later stadium ok nog enige tijd veeteelt. Het landhuis werd als buitenverblijf bewoond.

In 1954 vond een rondetafelconferentie plaats in landhuis Rooi Catootje, waarbij de autonomie van de toenmalige Nederlandse Antillen werd vastgelegd. De bijnamen die voor het landhuis worden gehanteerd luiden ‘Roi Catochi’; ‘Rust en Vree’; ‘Sint Agnes Put’ en ‘Vergenoegen’.

Landhuis Bever

Landhuis Bever heeft een T-vorm met een zadeldak voorzien van vier dakkapellen. Het zadeldak bevindt zich alleen boven het kleine hoofdgebouw. De galerijen die aan drie zijden zijn gelegen hebben een lessenaarsdak. Aan de keuken van het landhuis is een bijkeuken gebouwd. Aan de oostzijde is nog een zijvleugel gebouwd met een tentdak. De hoofdingang aan de zuidzijde bevindt zich in een soort uitgebouwde vestibule met aan beide zijden een klein terras. Het landhuis was enkele jaren geleden nog in zwaar verwaarloosde staat, onbewoonbaar ook, maar is inmiddels volledig gerenoveerd en in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Blijkbaar uit voorzorg, heeft de huidige eigenaar de ramen dichtgespijkerd, hetgeen afbreuk doet aan de schoonheid van het landhuis.

Het landhuis was een buitenverblijf en is vernoemd naar de vroegere eigenaar, te weten Daniël Beevers. Het landhuis werd omstreeks 1812 op een heuvel gebouwd. De oude plantage bestond uit een relatief kleine tuin met een buitenhuis en dateert van het begin van de 19e eeuw. Aan de westzijde van het huis liggen twee graven uit het einde van de 17e eeuw. Er liggen twee mannen met de rang van ‘Cornet over de Ruyterye’ begraven, alsook één van de echtgenotes van de mannen. Het landhuis ligt bovenop de heuvel Wiltschutborgh, waarop in allereerste instantie zelfs een klein fortje was gebouwd. Vervolgens werd er een houten huis, genaamd ‘Buena Vista’ op de heuvel gebouwd voor de twee eerdergenoemde kornetten. Dat houten huis heeft nadien plaats moeten maken voor het huidige landhuis Bever. Als bijnamen voor het landhuis treffen we aan ‘Schoongezicht’ alsmede ‘Buena Vista’.

Landhuis Pos Cabai

Landhuis Pos Cabai heeft een hoofdgebouw met een zogenaamd zadeldak met aan beide zijden drie dakkapellen. De dakkapellen zijn alle voorzien van een driehoekig fronton. De kern van het gebouw heeft aan beide lange zijden een galerij met een lessenaarsdak. Het landhuis heeft een U-vorm en werd zo rond 1800 gebouwd. De twee huidige vleugels zijn pas veel later aan het oorspronkelijke landhuis gebouwd. Waarschijnlijk geschiedde dat pas in het midden van de 19e eeuw. Het landhuis heeft daarnaast een kroonlijst met een opvallende draperie versiering.

De plantage Pos Cabai was slechts acht hectare groot. Het werd als gevolg daarvan al snel als buitenverblijf in gebruik genomen. De naam van de plantage verwijst naar een waterput voor paarden. In het verleden was er een belangrijke waterput op de plantage aanwezig. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Zuikertuin’. Momenteel is het in gebruik als Medisch centrum.

Landhuis Girouette

Dit landhuis heeft een zadeldak met een de ene zijde twee en aan de andere zijde drie dakkapellen. Aan drie zijden van het hoofdgebouw is een galerij gesitueerd met een lessenaarsdak. Aan de voorzijde is de galerij gedeeltelijk open. Het plantagehuis werd omstreeks 1750 gebouwd.

Plantage Girouette was 34 hectare groot. Aanvankelijk werden de gronden als plantage in gebruik genomen, maar in de tweede helft van de 19e eeuw veranderde dat en werd de plantage steeds meer als lusttuin gebruikt. Landhuis Girouette is het enige landhuis met een Franse naam op Curaçao. De betekenis is: windvaan of windwijzer. Het huis behoort tot de oudste landhuizen van het eiland. De oorspronkelijke plantage werd al omstreeks 1700 gesticht door Dirk Rijken. Daardoor kreeg het in de volksmond al snel de naam Rijkenberg. Weer andere verhalen stellen dat de oude indiaanse naam van de plaats waar de plantage werd gesticht in het Nederlands Rijkenberg zou betekenen. Aan het eind van de 18e eeuw kwam de plantage in bezit van de Fransman Jean Pierre Surhuet en is de naam verbasterd tot Girouette. Het is thans in gebruik als woonhuis. Als bijnaam wordt zoals gesteld gehanteerd ‘Rijkenberg’.

Landhuis Cerrito

Landhuis Ceritto heeft een H-vorm met een zadeldak zonder dakkapellen. De centrale ingang bevindt zich in de horizontale balk van de H-vorm, die overkoepeld is met een front dat op vier dubbele zuilen rust. Net als een aantal andere landhuizen in de directe omgeving heeft landhuis Cerrito in het front een medaillon met een pot met kleurrijke bloemen. Het exacte bouwjaar van het landhuis is niet bekend.

Landhuis Cerrito was een buitenverblijf en was ook bekend door de goede kwaliteit van het putwater ter plaatse. Al bijnaam komt men tegen ‘[De] Vrede’.

Landhuis Bloemhof

De vorm van landhuis Bloemhof is T-vormig. De poot van de T is het hoofdgebouw en heeft een zadeldak met dakkapellen. De gevels van het landhuis zijn half-ellipsvormig en de daklijst aan de beide lange zijden hebben een eenvoudige draperie versiering.

Plantage Bloemhof was een typische waterplantage, maar er werden ook groenten en fruit geteeld voor eigen gebruik. Er bestonden ooit twee dammen waarin water werd opgevangen, dat vervolgens werd verkocht. In het begin van de 19e eeuw werd er ook lahara verbouwd, een speciale citrusvrucht, welke gebruikt werd voor het maken van een likeur. Met een oppervlakte van in totaal 7 hectare was het één van de kleinste plantages op het eiland. De bijnaam “IJzeren Hek’ komt door de grote ijzeren poort die gelegen is bij ingang aan de Santa Rosaweg. Andere bijnamen luiden ‘Porta di Heru’ en ‘Nooitgedacht’. Het is thans een museum annex expositieruimte.

Landhuis Bloempot

Landhuis Bloempot heeft oorspronkelijk bestaan uit twee aan elkaar gebouwde hoofdgebouwen met ieder een afzonderlijk schilddak met dakkapellen. Later heeft men er een galerij met een zadeldak aan vast gebouwd. In het front treft men een medaillon aan met een bloempot met diverse kleurrijke bloemen.

Plantage Bloempot was de allerkleinste plantage op het eiland Curaçao en was slechts anderhalve hectare groot. Het landhuis was altijd een buitenverblijf voor bewoners uit de stad.

Landhuis Blauw

Landhuis Blauw wordt aangetroffen op het huidige Blue Bay Golf en Beach Resort, dat in principe slechts toegankelijk is voor geregistreerde bezoekers van het resort. Het landhuis is T-vormig en heeft een zogenaamd zadeldak. In het dak worden maar liefst zeven dakkapellen aangetroffen. Aan alle zijden van het huis bevinden zich overdekte terrassen; aan de zuidwestzijde is tevens nog een galerij met lessenaarsdak. Omstreeks het jaar 1800 werd het huidige plantagehuis gebouwd.

Plantage Blauw was indertijd bekend om haar rozenteelt en was in zijn totaliteit 226 hectare groot. De plantage werd omstreeks 1700 gesticht door Anno Blauw. Er werd onder andere een blauwe verfstof [indigo] gefabriceerd, waarvan tot voor kort de sporen nog te vinden waren in de schuur bij het plantagehuis. Er bevindt zich nog immer een oude steengroeve op deze plantage. Tevens waren er in WO II geallieerde militairen op de plantage gehuisvest. Als bijnamen komt men tegen “Blije Rust’; ‘Grote Blauw’ alsook ‘Blauw-Blauw’.

Landhuis Sint Elisabeth

Over het landhuis is nog geen bruikbare informatie bekend.

Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Sint Elisabeth.

Landhuis Ravenslot

Op de website Curaçao Pictures is de zoektocht naar de overgebleven ruïnes van dit landhuis wat te volgen. Volkomen ten onrechte wordt daar nog wisselend gesproken over Ravenstein en Ravenslot. Landhuis Ravenstein maakte toenmaals deel uit van plantage Valentijn. Het bouwjaar van het plantagehuis is onbekend. Als bijnamen worden gehanteerd ‘Donkerberg’; ‘Jack Evertsz’; ‘Rust en Burgh’; ‘Bloem en Hoof’.

Landhuis Klein Piscadera

Het landhuis Klein Piscadera werd gevormd door drie blokken, welke elk een afzonderlijk zadeldak hadden. Er waren geen dakkapellen in de daken aanwezig. Als bouwjaar wordt aangehouden begin 19e eeuw.

Plantage Klein Piscadera was ruim 200 hectare groot, Er werden onder andere mango’s gekweekt. Oorspronkelijk bestond de plantage trouwens uit 2 afzonderlijke plantages, die later zijn samengevoegd tot één enkele plantage. De naam van die andere plantage luidde Ravenslot.

Als bijnamen komen we tegen ‘Weltevreden’ en ‘Tropenweelde’

Landhuis Groot Piscadera

Het landhuis Groot Piscadera heeft een hoofdgebouw met een zadeldak. Aan de voorzijde van het huis zijn drie dakkapellen geplaatst en aan de achterzijde bevinden zich er twee. Aan de lange zijden van het plantagehuis bevindt zich een galerij met een lessenaarsdak. Het exacte bouwjaar van het huis is onbekend. Het is een woonhuis nu.

De plantage Groot Piscadera was oorspronkelijk zelfs 308 hectare groot en behoorde daarmee tot de grote plantages op het eiland. Er werd in hoofdzaak maïs, bonen en suikerriet verbouwd. Daarnaast werd er een indigo- en dividivicultuur op de plantage aangetroffen, maar er waren bijvoorbeeld ook runderen, schapen en geiten.

Landhuis De Savaan

Over landhuis De Savaan is momenteel geen bruikbare informatie beschikbaar.

Er wordt op dit ogenblik nog nader onderzoek naar de geschiedenis van het landhuis De Savaan gedaan.

Landhuis Raphaël

Landhuis Raphaël heeft een J-vormig hoofdgebouw met oorspronkelijk een zadeldak met allerlei dakkapellen. De vleugels van het landhuis zijn op verschillende momenten aangebouwd. Het bouwjaar van het landhuis is gelegen aan het einde van de 18e eeuw.

Plantage Raphaël bezat een bijzonder grote veestapel. Na een aantal mislukte oogsten werd aanvankelijk getracht om kalk te verkopen. Toen dat uiteindelijk ook mislukte werd landhuis Raphaël een buitenverblijf. In 1976 is een groot gedeelte van het plantagehuis ingestort, nadat het door een windhoos was getroffen. Toch is het landhuis nog tot 1982 bewoond gebleven. Momenteel resteert nog slechts een ruïne van het oorspronkelijke landhuis. “Klein Piscadera”; ‘Weltevreden’ en ‘Raphé’ zijn de gebruikte bijnamen.

Landhuis Veeris

Landhuis Veeris heeft een hoofdgebouw met een zadeldak en tevens dakkapellen. Aan drie zijden van het landhuis treft men een galerij aan met een lessenaarsdak. De gevel aan de oostzijde heeft een bijzonder strakke vorm boven de kern van het gebouw, maar boven de galerijen is de lijst wat gebogen. Beide gevels hebben tevens een driehoekige topbeëindiging. In de 19e eeuw werd het landhuis gebouwd. Thans is het een woonhuis.

De plantage Veeris was indertijd in totaal 108 hectare groot. In hoofdzaak was sprake van veeteelt, waarbij gedacht moet worden aan runderen, geiten en schapen.

Drie bijnamen komen we tegen, ‘Union’; ‘Drie Gebroeders’ en ‘Goede Hoop’.

Landhuis Mina Scharbaai

Het oorspronkelijke landhuis had een hoofdgebouw met een zadeldak met aan iedere zijde een tweetal dakkapellen. Daarnaast trof men aan weerzijden van het landhuis een galerij aan met een lessenaarsdak. Momenteel resteert nog slechts een ruïne van het oude plantagehuis. Van de daken is helemaal niets meer over. Bouwjaar onbekend.

De plantage Mina Scharbaai was vermoedelijk een buitenverblijf met een tuin. Het huis is vernoemd naar de vroegere eigenaresse Wilhelmina Scharbaaij. Aangenomen wordt dat er tot ver in de jaren ’70 nog een bakkerij met een winkel in het oorspronkelijke huis gevestigd waren. Er nog verder onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het oude landhuis Mina Scharbaai. Er zijn geen bijnamen bekend ook.

Landhuis Morgenster

Dit landhuis heeft een hoofdgebouw met een zadeldak en aan weerzijde een tweetal dakkapellen. Aan twee kanten van het landhuis bevindt zich een galerij, die aan de ene zijde wat dieper is dan aan de andere zijde. De galerijen hebben een lessenaarsdak. Het landhuis dateert van de eerste helft van de 19e eeuw. De huidige bestemming is een partijgebouw van een lokale politieke partij.

Landhuis Morgenster was hoogstwaarschijnlijk slechts een buitenverblijf. Er wordt nog verder onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het landhuis. Er zijn geen bijnamen voor het huis bekend.

Landhuis Cas Chikitu

Het landhuis Cas Chikitu oftewel ‘Klein Huis’ heeft een zadeldak zonder dakkapellen. Aan de oostzijde van het plantagehuis bevindt zich over de gehele breedte een galerij met lessenaarsdak. De westzijde van het huis heeft een galerij met een lessenaarsdak over het grootste gedeelte van deze galerij. Aan de galerij is een uitbouw geplaatst. Op dit moment is het een huisartsenpraktijk; medisch centrum.

De plantage Cas Chikitu werd gerekend tot de kleinere plantages van het eiland met de ruim negen hectare die de toenmalige plantage besloeg. Er werd aloë vera verbouwd. Aan het begin van de 20e eeuw werd de plantage door het gouvernement aangekocht met het doel er een modelplantage van te maken. Men verrichtte er proeven met de kweek van diverse gewassen, zoals bijvoorbeeld maïs, pinda’s en suikerriet. Op dat moment was het landhuis behoorlijk verwaarloosd, maar het werd volledig hersteld door de nieuwe eigenaar. Er schijnen in het landhuis ook enkele gevangeniscellen aanwezig te zijn, maar het achterliggende verhaal is nog niet geheel duidelijk.

Landhuis Marchena

Zoals veel landhuizen was ook landhuis Marchena ooit gelegen op een heuvel. Het had een hoofdgebouw dat uit twee verdiepingen bestond met een zogenaamd zadeldak. Dakkapellen had het huis overigens niet. De onderste verdieping kende aan de lange zijden een galerij; op de bovenste verdieping was slechts aan de zuidzijde een galerij. Het zadeldak van de hoofdbouw liep door over de galerij. Aan de noordzijde was op hoeken van het pand een bijgebouw geplaatst, in gebruik als keuken en dienstruimte als gevolg waarvan een soort U-vorm was ontstaan. Het tussen die bijgebouwen gelegen terras was gedeeltelijk overdekt. De gevel had aan weerzijde een kleine niet met andere landhuizen vergelijkbare boogvormige top. Het bouwjaar is onbekend.

De naam van het landhuis stamt af van de familienaam Marchena, een familie die al sinds 1659 op het eiland woonde. Waarschijnlijk is het landhuis in de jaren vijftig van de vorige eeuw afgebroken. Toenmaals was er een tegelfabriek is gevestigd.

Landhuis Gasparitu

Landhuis Gasparitu was op een heuvel gelegen. Het huis kende een hoofdgebouw dat voorzien was van een zadeldak en aan beide lange kanten lag een galerij. Aan één zijde bevonden zich twee kleine dakkapellen, maar aan de andere zijde was een grote kamerbrede dakkapel gebouwd. De gevel was voorzien van fraai lijstwerk en was ook enigszins boogvormig met een driehoekige topbeëindiging.

Er wordt nog verder onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van dit landhuis. Als bijnamen worden gehanteerd, ‘Cattenberg’ en ‘Klein Sint Kruis’; ‘Ma Retraite’ alsook ‘Koeimans’.

Landhuis De Hoop [1]

Dit landhuis heeft een hoofdgebouw met aan weerzijde een galerij voorzien van een lessenaarsdak. De kern van het landhuis heeft een zadeldak voorzien van eenvoudige dakkapellen. Het landhuis is ooit volledig afgebrand en vervolgens weer hersteld met gebruikmaking van de oude buitenmuren, doch met binnenmuren van hout, waardoor het binnen altijd erg koel is in het landhuis. Zelf woonde ik er ooit tijdelijk, zodat ik het landhuis bijzonder goed ken. Het is een voormalig buitenverblijf op een terrein van ruim twee are met een zeer gevarieerde begroeiing. Na de Tweede Wereldoorlog heeft er een Canadese generaal in het landhuis gewoond, die verliefd was geraakt op het eiland en uiteraard een lokale vrouw. Hij veranderde het landhuis in een soort ‘kasteel’. Aan de voorzijde werden twee torens met een kegeldak gebouwd en de voorgevel kreeg een slotpoort en kantelen. Van deze torens resteert inmiddels slechts de meest linkse. Het kegeldak van de nog resterende toren is verdwenen en ook de kantelen zijn inmiddels weer van de nog immer aanwezige slotpoort gehaald. In boeken en op verschillende websites wordt het landhuis, overigens geheel ten onrechte, verward met landhuis Toni Kunchi, maar dat lag oorspronkelijk 200 meter zuidelijker dan landhuis De Hoop, dat in de oorspronkelijke vorm in de 19e eeuw werd gebouwd.

Landhuis De Hoop [1] was zoals gezegd een buitenverblijf en is thans een woonhuis. Er wordt op dit moment nog nader onderzoek gedaan naar de bijzondere geschiedenis van het landhuis. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Che Che’.

Landhuis Toni Kunchi

In verschillende boeken en op websites wordt het nog bestaande landhuis De Hoop [1] ten onrechte verward met het reeds verdwenen landhuis Toni Kunchi. Dat landhuis lag echter zo’n 200 meter zuidelijker dan landhuis De Hoop [1]. Landhuis Toni Kunchi had toenmaals twee kernen, één voorzien van een zadeldak en het andere dak was een zogenaamd schilddak. Ook was er aan één zijde een galerij met een lessenaarsdak.

Het oude landhuis werd in het jaar 1965 afgebroken. Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar het verdwenen landhuis Toni Kunchi. De huidige woonwijk draagt overigens de naam van dit landhuis. Als opvallende bijnamen bestaan ‘Toni Koentje’; ‘Vreugde(n)berg’ en ‘Vrede(n)berg.

Landhuis Kanga

Landhuis Kanga was gelegen op de berg Seru di Kanga. Het was een landhuis dat uit twee verdiepingen bestond en was volledig gebouwd van baksteen. In de volksmond werd het Kas di Kanga [Kangahuis] genoemd.

Over de herkomst van de naam Kanga doen verschillende verhalen de ronde. Er is een verklaring die stelt dat de naam afkomstig is uit het Gené, een West-Afrikaanse taal die vroeger gesproken werd door de slaven op Curaçao en die nu grotendeels verdwenen is. In deze taal betekende “Kanga’ armoede of gebrek lijden. Weer een andere versie gaat ervan uit dat ‘Kanga’ afkomstig is van Congo en een derde uitleg geeft aan dat de naam ‘hijsen’ betekent. De naam Canga kwam overigens al in het jaar 1755 voor in een geboorteboek van Kanga. Het dorpje Kanga ligt in het huidige Sierra Leone. Rond 1800 was Kanga een [water]plantage van omstreeks 50 hectare. Op de toenmalige plantage bevond zich een huisje en er woonden 16 slaven. Tot in het jaar 1820 had de plantage Kanga nog immer 16 slaven, maar in 1863 had de plantage nog maar zeven slaven. Het plantagehuis is nadien in ernstig verval geraakt. Op dit moment is er niets meer van over ook. Als bijnamen komt men tegen ‘Dein(a)’; ‘Stadszicht’ alsook ‘Savaan’.

Landhuis Urdal

Het plantagehuis Urdal heeft een hoofdgebouw met een zogenaamd schilddak alsook enkele dakkapellen. Het bouwjaar is gelegen in de 19e eeuw.

Plantage Urdal was een typisch buitenverblijf. Er wordt op dit moment nog verder onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van landhuis Urdal. Momenteel wordt het gebruikt als woonhuis. Als bijnamen kent het landhuis ‘Roozendaal’ en ‘Arrarat’.

Landhuis Bona Vista

Landhuis Bona Vista heeft een U-vorm met een zadeldak zonder dakkapellen. De bijgebouwen hebben overigens allemaal een zogenaamd schilddak. Het bouwjaar is gelegen in de eerste helft van de 19e eeuw.

Bona Vista was een buitenverblijf. Het was gesitueerd bij een bijzonder rijke waterbron, waardoor er voldoende water was voor de verbouw van gewassen en het vee. Later werd de handel van water naar Punda de voornaamste inkomstenbron. Aan het eind van de 19e eeuw was het landhuis in eigendom van een schipper. De plantage wordt al in 1820 genoemd, maar vermoedelijk werd het huidige landhuis wat later gebouwd.

Als bijnamen kunnen worden genoemd ‘Ons Tuintjie’ en ‘Vriendenwijck’.

Landhuis Calabari

Over dit landhuis is op dit moment nog maar weinig informatie beschikbaar.

Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van dit inmiddels verdwenen landhuis.

Landhuis Van Engelen

Landhuis van Engelen heeft een groot hoofdgebouw met een schilddak en in totaal acht brede soortgelijke dakkapellen. Aan de beide korte zijden van het landhuis bevindt zich een enkele dakkapel en aan iedere lange zijde in totaal drie stuks. Aan alle zijden van het landhuis zijn galerijen gelegen met een lessenaarsdak. Het landhuis werd gebouwd in het jaar 1685 en diende als plantagehuis.

Plantage Van Engelen was oorspronkelijk in zijn totaliteit 34 hectare groot. Er werd aanvankelijk geëxperimenteerd met onder andere de verbouw van tabak en aloë vera, maar helaas immer zonder veel succes. Ook een sinaasappelboomgaard was weinig succesvol. Omstreeks 1850 werd de plantage een buitenverblijf, waar ook voor eigen gebruik groente en maïs verbouwd ging worden. De naam stamt uiteraard af van de oorspronkelijke eigenaar Willebrod van Engelen, die ook eigenaar was van de plantage Cas Abou. Na 1939 werd de oude plantage onderverdeeld in afzonderlijke percelen. Het landhuis staat momenteel te koop.

Als bijnamen worden gehanteerd ‘De Hooijberg’; Soar; ‘Mount Vernon’ en ‘Mount Vermount’.

Landhuis Vredenberg [1]

Landhuis Vredenberg [1] heeft een hoofdgebouw van twee verdiepingen met een zadeldak met dakkapellen. Aan de lange zijden van het huis op beide verdiepingen is een galerij gelegen met een lessenaarsdak. De voorzijde van het landhuis heeft een boven de ingang gelegen balkon. In 1911 en in 1997 werd het landhuis gerestaureerd.

Vredenberg [1] was altijd een buitenverblijf. Er wordt nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van dit landhuis. Het wordt gebruikt als woonhuis en restaurant.

Als bijnaam kan genoemd worden ‘Kunuku Abou’.

Landhuis Saliña Abou

Het plantagehuis Saliña Abou heeft een hoofdgebouw met zadeldak en aan de westzijde twee dakkapellen. Aan de beide lange zijden zijn smalle galerijen gelegen. De galerij aan de westzijde van het huis was oorspronkelijk open, maar na een renovatie werd het gesloten. Aan de zuidzijde zijn twee naast elkaar gelegen blokken gebouwd. Het landhuis werd aan het eind van de 18e eeuw gebouwd.

Plantage Saliña Abou was oorspronkelijk tachtig hectare groot. Het werd in hoofdzaak als buitenverblijf gebruikt door de eigenaren. Thans is het een kantoorruimte.

Als bijnaam kan worden genoemd, ‘Genoegen is het al’ en ‘Goed Heenkomen’.

Landhuis Saliña

Dit landhuis had oorspronkelijk een hoofdgebouw met een schilddak. Aan de beide lange zijden was een galerij gelegen met een lessenaarsdak, elk voorzien van een dakkapel. Aan de achterzijde van het landhuis was een vleugel aangebouwd, waarin de keuken van huis was ondergebracht. Het bouwjaar is vooralsnog onbekend.

Het landhuis heeft vermoedelijk toebehoord aan de plantage Saliña Abou en lag zo’n 200 meter noordelijk van het bij de plantage behorende landhuis Saliña. Het werd in 2012 of 2013 in opdracht van de eigenaar afgebroken. Het was totaal vervallen en diende op het laatst als spookhuis en het terrein zelf als pretpark. Er wordt thans nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Saliña.

Landhuis Saliña Ariba

Landhuis Saliña Ariba heeft een zadeldak met golfplaten. Aan de twee lange zijden wordt een brede galerij aangetroffen met aan de zuidzijde van het huis nog een aangebouwde galerij. Het terras aan de westzijde is geheel overdekt.

De plantage Saliña Ariba was ooit een relatief kleine plantage. In de eerste helft van de 19e eeuw werd er nopal [een cactussoort] verbouwd. In een later stadium werd het huis als buitenverblijf gebruikt. Momenteel is het een woonhuis.

Als bijnaam kan worden genoemd ‘Stadsrust’.

Landhuis Sint Helena

Landhuis Sint Helena bestaat uit drie in een U-vorm geplaatste blokken, alle drie overigens voorzien van een zelfstandig schilddak. Alleen het dwarsblok heeft een dakkapel aan de patiozijde. De twee vleugels zijn aan de hoeken van het dwarse blok gebouwd. Het dwarse blok heeft aan drie zijden een overdekt terras. Alle blokken hebben aan de patiozijde een kleine overdekte galerij met lessenaarsdak. De patio wordt afgesloten door een muur met drie open bogen en is voorzien van een gesmeed hekwerk. Het bouwjaar is gelegen in de 19e eeuw.

Momenteel wordt er nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Sint Helena.

Als bijnaam kan worden genoemd ‘Bijgelegen’; ‘Goedgelegen’ alsmede ‘Sainte Hélène’.

Landhuis Habaai

Landhuis Habaai bestaat uit een hoofdgebouw van twee verdiepingen met een langgerekt zadeldak. Aan weerszijde bevinden zich drie dakkapellen. De twee verdiepingen hebben aan de lange zijde een galerij. Op de onderste verdieping zijn beide galerijen open, beide hebben zeven open bogen. Op de eerste verdieping is alleen de galerij aan de achterzijde open. De galerij heeft eveneens bogen. Aan de oostzijde is een vleugel aan het landhuis gebouwd, waarvan de onderste verdieping ook een ruime galerij met bogen heeft. De bovenste verdieping is onbewoonbaar geworden. Daar zijn slechts de buitenmuren en een topgevel nog aanwezig op dit moment. De naam van het landhuis staat vermeld op een van de bijgebouwen van het landhuis en tevens op de hekpalen. Als bouwjaar wordt aangehouden circa 1752.

In eerste aanleg was plantage Habaai een gemengd plantagebedrijf met een totale oppervlakte van 105 hectare. In een later stadium diende het als buitenverblijf. Toen het landhuis aan het einde van de 19e eeuw in handen kwam van de Zusters Penitenten Recollectinen van de Onbevlekte Ontvangenis kwam, werd het een pensionaat en weeshuis. De naam Habaai stamt overigens nog af van een voormalige Joodse bewoner van het landhuis. De huidige bestemming is een kunstgalerij.

Als bijnamen komt men tegen ‘Welgelegen’ en ‘Domini’.

Landhuis Janwé

Landhuis Janwé heeft een zadeldak met aan de ene zijde drie en aan de andere zijde twee asymmetrisch geplaatste dakkapellen. Het huis werd begin 19e eeuw gebouwd.

De plantage Janwé leverde putwater van een goede kwaliteit, maar was daarnaast ook een buitenverblijf. De naam is afgeleid van een vroegere grootgrondbezitter, genaamd Jan Wever. Voor het overige is er nog niet zoveel bekend over de geschiedenis van het landhuis Janwé. Thans heeft het landhuis de functie van woonhuis.

Als bijnamen komen we tegen ‘Rust en Vrede’. ‘Klein Zuurzak’ alsook ‘Goed Begin’.

Landhuis Dominguito

Over dit landhuis is momenteel weinig bekend en/of beschikbaar.

Er wordt nog nader onderzoek naar de geschiedenis van landhuis Dominguito gedaan.

Als bijnaam komt men tegen ‘Fortuin’.

Landhuis Hel

Landhuis Hel bestaat uit een hoofdgebouw met een schilddak en heeft dakkapellen aan alle zijden van het huis. Tevens is aan alle zijden een galerij gesitueerd. Het bouwjaar wordt geschat op eind 18e eeuw.

Hel was een buitenverblijf voor stadsbewoners, die er de weekenden doorbrachten. Als gevolg van de bijzonder gunstige locatie van het huis was het erg in trek bij notabelen uit de stad. In het begin van de 18e eeuw bevond zich ter plekke de plantage Backer. Een deel daarvan werd later onder de benaming ‘Lesch den Dorst’ geheel zelfstandig. Hel werd ook wel ‘Paradijs’; tegenover plantage Hel lag de plantage ‘Vagevuur’.

In 1778 deed zich één van de grootste rampen voor op het eiland Curaçao, waarbij meer dan 250 personen uiteindelijk de dood vonden, te weten 200 opvarenden van het oorlogsfregat Alphen, dat toenmaals in de haven van Curaçao lag en 50 personen aan de wal. Vermoedelijk ontstond het ongeluk doordat één van de opvarenden opzettelijk met een brandende sigaar de kruitkamer van het schip was binnengelopen. Zelfs bij het landhuis Hel werden de brokstukken toenmaals aangetroffen.

Als bijnamen komen we tegen ‘Paradijs’; ‘Tevredenheid’ en ‘Onverwacht’.

Landhuis Parera

Landhuis Parera bestaat uit een langgerekt hoofdgebouw van twee verdiepingen met een zadeldak. De onderste verdieping heeft aan de beide lange zijden galerijen. Het terras is voorzien van een balustrade met kolommen. Het terrein is overigens slechts toegankelijk na het passeren van de beveiliging bij de toegangspoort. Het landhuis werd aan het einde van de 18e eeuw gebouwd.

Op de plantage Parera vond indertijd zoutwinning plaats. Halverwege de 19e eeuw bevond zich er ook een bescheiden veestapel, die voornamelijk uit geiten bestond. In een later stadium werd het een buitenverblijf. De naam van het landhuis stamt af van de familienaam Pareira. De huidige bestemming is kantoorruimte voor de overheid.

Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Berg Carmel’.

Landhuis Arrarat

Landhuis Arrarat is één van de grotere landhuizen op het eiland en wordt gevormd door meerdere onderdelen: een oostvleugel, welke momenteel blauwpaars is geschilderd, een oostvleugel, die thans okergeel geschilderd en een achter de westgevel gelegen jachthuis, dat momenteel rood is geschilderd. De oostgevel is qua bouwmoment wat nieuwer dan de westvleugel en heeft een duidelijke T-vorm. Als dak is sprake van een zogenaamd zadeldak met diverse dakkapellen, maar de hoofdingang die zich in de poot van de ‘T’ bevindt heeft een schilddak. In tegenstelling tot de andere gebouwen van het landhuis voorzien van een dak met golfplaten. Dit onderdeel van het huis lijkt dan ook later te zijn aangebouwd. Aan één zijde is een galerij gelegen. Aangrenzend bevinden zich de verbouwde magasina’s van het landhuis, die aan de zuidzijde een open galerij hebben. Landhuis Arrarat heeft aan de zuidzijde van het huis op de beide hoeken twee vierkante torens, welke voorzien zijn van een plat dak. De vleugel aan de westzijde van het huis heeft een zogenaamd schilddak met dakkapellen. Het bestaat uit een vierkant hoofdgebouw van drie bouwlagen, waarvan de bovenste verdieping wat kleiner is. Op de onderste verdieping wordt een groot balkon aangetroffen. Aan de westzijde van de westelijke vleugel bevindt zich een T-vormige vleugel die op de onderste verdieping overigens weer vierkant is; aan de oostzijde ligt nog een kleine vierkante vleugel. Het bouwjaar van het landhuis is onbekend.

Op landhuis Arrarat woonden ooit twee broers: Michael [1823-1889] en Pieter Brown [1821-1895] Gorsira. Ieder had zijn eigen vleugel in het landhuis, Michael woonde in de oostvleugel en Pieter in de westvleugel. Samen waren beide broers trouwens ook enige tijd eigenaar van de plantages Malpais, Klein Sint Michiel en Zuurzak. Michael was ook eigenaar van de plantages Jan Sofat, Santa Barbara en een deel van plantage Fuik. Michael’s oudste zoon Cornelis Gorsira was ooit de ontdekker van het fosfaat van de Tafelberg op de plantage Santa Barbara. Het kan best zo zijn dat de huidige locatie van landhuis Arrarat in het verleden werd gebruikt als versterkt verdedigingswerk [batterij].

Landhuis Baron

Uit niets blijkt overigens dat Landhuis Baron ooit een daadwerkelijk landhuis is geweest, maar de huidige eigenaar schijnt over papieren te beschikken waaruit blijkt dat daar wèl degelijk sprake van is geweest. Vandaar dat het thans als zodanig wordt aangemerkt. Het relatief kleine huis heeft een hoofdbouw voorzien van een zadeldak met pannen en aan weerzijde van het dak een dakkapel. De twee galerijen hebben een lessenaarsdak. Door de kleine vleugels aan de noordzijde van het huis wordt de indruk gewekt dat het landhuis een U-vorm heeft. Het dient als woonhuis op dit moment. Het bouwjaar van het huis is volstrekt onbekend.

Er wordt op dit ogenblik nog nader onderzoek gedaan naar de ware geschiedenis van het landhuis Baron. Bijnamen voor het landhuis zijn niet bekend.

Landhuis Bloemfontein

Het is op dit moment nog niet geheel duidelijk of landhuis Bloemfontein ook officieel een daadwerkelijk landhuis is. Het huis is T-vormig en heeft van oorsprong een Schilddak. Aan de voorzijde zijn overdekte terrassen en/of patio’s. Aan het landhuis zelf zijn vele veranderingen aangebracht in de loop der tijd. Zo zijn er twee kleine verdiepingen aan het huis toegevoegd, waardoor er een soort toren is ontstaan. Ook is er een balkon op de poot van de ‘T’ geconstrueerd. Een stijl lessenaarsdak verbindt de eerste verdieping met het achterste deel van het huis. Het is thans in gebruik als woonhuis.

Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van landhuis Bloemfontein. Als bijnaam wordt gebruikt ‘Wedervoort’.

Landhuis Maria Maai

Over dit landhuis dat niet meer bestaat is op dit moment weinig informatie voorhanden.

Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Maria Maai.

Landhuis Waterloo

Het huidige landhuis blijkt te bestaan uit delen van het oorspronkelijke landhuis dat later werd aangevuld met nieuwbouw. Het bouwjaar van het landhuis is niet bekend. Thans is het in gebruik als woonhuis.

Er wordt nog nader onderzoek verricht naar de geschiedenis van het landhuis Waterloo.

Landhuis Sint Jacob

Over dit landhuis is nog geen nadere informatie bekend. Het oorspronkelijke landhuis bestaat overigens niet meer.

Plantage Sint Jacob was oorspronkelijk in zijn totaliteit 270 hectare groot. Er wordt op dit moment nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het landhuis.

Landhuis Stenen Koraal

Landhuis Stenen Koraal heeft een hoofdbouw met een golfplaten zadeldak, met aan weerszijden twee dakkapellen. Daarnaast kent het landhuis twee ondiepe galerijen met een lessenaarsdak aan dezelfde lange zijde. Als bouwjaar wordt veelal aangehouden eind 18e eeuw.

De plantage Stenen Koraal was in 1700 eigendom van de West-Indische Compagnie. Er werd onder andere maïs verbouwd. Een belangrijke rol heeft de plantage overigens nooit gespeeld. Het is nu het kantoor van een Curaçaose vakbond.

Als bijnamen komen we tegen ‘Zegening’; ‘Kura Piedra’ en ‘Maistuyn’.

Landhuis San Pedro

Over het voormalige landhuis San Pedro is nog weinig informatie beschikbaar.

Momenteel wordt er nog nader onderzoek gedaan naar landhuis San Pedro.

Als bijnaam komen we tegen ‘Sint Pieter’.

Landhuis Gasparitu

Landhuis Gasparitu was als zovele landhuizen ten behoeve van de wind op een heuvel gelegen. Het huis had een hoofdbouw met een zogenaamd zadeldak en aan beide lange zijden van het landhuis bevonden zich galerijen. Aan één zijde had het dak twee normale dakkapellen, doch aan de andere zijde werd één kamerbrede dakkapel in het dak aangetroffen. De gevel van landhuis Gasparitu was voorzien van lijstwerk en was enigszins boogvormig met een driehoekige topbeëindiging. Het landhuis bestaat niet meer op dit moment.

Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het landhuis Gasparitu.

Als bijnamen komen we tegen ‘Cattenberg’ en ‘Klein Sint Kruis’; ‘Ma Retraite’ alsook ‘Koeimans’.

Landhuis Cas Abou

Landhuis Cas Abou heeft een hoofdgebouw met een zadeldak en diverse dakkapellen. Aan de zuidwesthoek van het plantagehuis is de keuken gebouwd die voorzien is van een zelfstandig tentdak. Aan drie zijden heeft het landhuis een galerij. Geheel los van het landhuis staat een toiletgebouwtje. In verband met de constante noordoostpassaat winden is dit huisje natuurlijk aan de zuidwestzijde van het landhuis gelegen. Het huis werd oorspronkelijk gebouwd in 1750.

De plantage Cas Abou bestond al in de 17e eeuw en was in zijn totaliteit omstreeks 400 hectare groot. De bijnaam van de plantage ‘Engelenberg’ is ontleend aan de eigenaar, Willebrod van Engelen. Hij was trouwens ook de eigenaar van plantage Van Engelen. De hoofdbezigheid op de plantage was landbouw, maar uiteindelijk was ook sprake van zoutwinning. Tijdens de slavenopstand van 1795 alsook de Engelse plunderingen welke zo’n tien jaar later plaatsvonden heeft de plantage sterk te lijden gehad. Omstreeks het jaar 1970 is het oorspronkelijke landhuis volledig gerestaureerd, waarbij een aantal wijzigingen in bijvoorbeeld de gevels, de dakkapellen en de ramen is doorgevoerd.

Als bijnamen komen we tegen ‘Engelenberg’, maar ook ‘Zegening’.

Landhuis Spijt

Van het landhuis resteren momenteel slechts de ruïnes. Het bouwjaar is onbekend.

Er wordt op dit moment nog nader onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van het vroegere landhuis Spijt.

Landhuis Porto Marie

Dit landhuis bestond oorspronkelijk uit een hoofdgebouw van twee verdiepingen. Het terrein van het plantagehuis kent van oudsher twee ingangen en de ingang naar het oude landhuis is thans voorzien van een slagboom hetgeen erop zou kunnen wijzen dat het landhuis niet meer op de gebruikelijke wijze te bezichtigen is. De 2e toegangspoort geeft directe toegang tot het prachtige zandstrand van de oude plantage Porto Marie, een strand dat gelegen is aan de Porto Mariebaai en waar in het weekend meestal ook entree geheven wordt bij een bezoek aan het strand. Op het strand is ook een bar aanwezig. Men kan er goed duiken, snorken en zwemmen. Er wordt tegenwoordig ook geëxperimenteerd met kunstmatige koraalriffen in een poging om de conditie van het rif te verbeteren. Daartoe zijn er enkele honderden kunstmatige koraalblokken geplaatst.

Plantage Porto Marie was een waterrijke plantage, oorspronkelijk groot 593 hectare. Er vond gemengde landbouw op de plantage plaats. Onder ander maïs werd er verbouwd. Er was daarnaast ook sprake van veeteelt; koeien, schapen en geiten. Na een grote orkaan in het jaar 1877 werd het landhuis ingericht als EHBO-post. In het begin van de 20e eeuw voorzag het plantagehuis volledig in zijn eigen behoefte. Er waren diverse bakkers en bakkersknechten in dienst van het landhuis bijvoorbeeld. Ook werd er zelf melk en karnemelk gemaakt. Er was altijd een groot dansfeest op plantage Porto Marie na de maïsoogst, dat veel mensen trok, zelfs mensen uit de stad kwamen langs. Een deel van het oorspronkelijke plantagehuis is in het jaar 1935 ingestort, zodat momenteel nog slechts een ruïne resteert. Het bouwjaar van het landhuis is niet bekend.

Landhuis Rozendaal

Over landhuis Rozendaal is op dit ogenblik weinig informatie beschikbaar.

Er wordt nog nader onderzoek gedaan naar de juiste geschiedenis van het landhuis.

Landhuis Postiljon

Over dit oude plantagehuis dat inmiddels niet meer bestaat is weinig bekend.

Er wordt momenteel nog nader onderzoek verricht naar de exacte geschiedenis van landhuis Postiljon.

Landhuis Heintje Kool

Over landhuis Heintje Kool is momenteel geen bruikbare informatie beschikbaar.

De plantage Heintje Kool lag ten noorden van plantage Bleinheim en werd omstreeks het jaar 1813 aangekocht door Johann Rudolf Lauffer. Op de plantage werd omstreeks 1900 nog water gewonnen voor de verkoop. Toenmaals werd het landhuis bewoond door de kleinzoon van Johann Rudolf Lauffer, de goudsmid en koopman Jacob Lauffer jr. en zijn gezin.

Als bijnamen komen we tegen ‘Nooitgedacht’ en ‘Eenzaamheid’.

Landhuis De Hoop [2]

Landhuis De Hoop [2] had een schilddak zonder dakkapellen. Waarschijnlijk werd het indertijd voor de aanleg van de raffinaderij afgebroken.

In het jaar 1651 vestigden zich ter plekke met toestemming van de toenmalige gouverneur Peter Stuyvesant een groep Portugees-Joodse [Sefardische joden] kolonisten. Zij hebben er indertijd de plantages Bleinheim en De Hoop aangelegd. Er zijn momenteel nog geen verdere gegevens over landhuis De Hoop [2] bekend.

Landhuis Bleinheim

Landhuis Bleinheim bevond zich ooit direct naast de huidige begraafplaats Beth Haïm [‘huis des levens’], de oudste Joodse begraafplaats op het westelijk halfrond. De oude structuur van de oorspronkelijke plantage is met de komst van de Shell olieraffinaderij overigens onherkenbaar veranderd. De heuvel waar het landhuis Bleinheim op lag, is kort na 1945 volledig afgegraven, slechts met uitzondering van het gedeelte waarop de begraafplaats Beth Haïm en een kleine particuliere begraafplaats zijn gelegen. Alleen de toegangsweg naar de oude plantage welke naast Beth Haïm ligt herinnert nog aan Bleinheim. Bij de begraafplaats, die stamt uit 1659, staat een bord waarop deze Beth Bleinheim wordt genoemd. De plantage Bleinheim met de bijbehorende kleinere plantages [het betreft de kleine plantages of tuinen Vredenberg, Rozentak, Eenzaamheid en Nooitgedacht (alias Heintje Kool)] aan het Schottegat waren in de 19e eeuw in het bezit van de familie Lauffer. Het landhuis werd door hen als buitenverblijf gebruikt. In het jaar 1863 waren hier tenminste drie slaven werkzaam. Eén van hen was Carolina Margaritha, die later de achternaam Blein verkreeg. Een stukje geschiedenis en een plattegrond van het landhuis zijn te vinden op de website ‘De Archiefvriend’. Het betreft een doctoraalscriptie kunstgeschiedenis van Stanley Marugg uit 2004.

Als bijnamen komen we onder andere tegen ‘Blij en Heim’; ‘Blein’ en ‘Bleijenburg’.

Landhuis Rozentak

Al in het jaar 1836 wordt landhuis Rozentak als volgt beschreven: ‘een kleine woning, welke in verval is. Ook leveren de ruïnes bewijzen van hare vroegere bloei en tegenwoordige kwijnende staat op’.

Plantage Rozentak was een kleine plantage. Er werd ook nogal frequent van eigenaar gewisseld. Luís Brion, de Curaçaoënaar die een grote rol speelde in de Venezolaanse vrijheidsstrijd van Simon Bolivar, is geboren in landhuis Rozentak. Toen Luís Brion in 1821 overleed, werd hij in eerste instantie begraven op de kleine begraafplaats van plantage Rozentak. Later [1882] werd zijn lichaam overgebracht naar Venezuela en herbegraven in Caracas. In het jaar 1847 werd de plantage Rozentak toegevoegd aan de nabijgelegen plantage Bleinheim.

Landhuis Asiento

Dit landhuis werd ooit gebouwd van Bonairiaanse stenen. Voor de aanleg van de raffinaderij van de Shell werd het indertijd afgebroken. De naam van het landhuis leefde overigens wel voort in de personeels- en sportvereniging van de Shell.

Er bestaat nog een kleine begraafplaats op het terrein van de oude Shell raffinaderij die oorspronkelijk bij het landhuis Asiento behoorde. Deze begraafplaats ligt omstreeks 80 meter van de locatie waar het oude landhuis Asiento was gelegen. De plantage Asiento was een schakel in de slavenhandel met het buitenland en ter plekke werden eveneens de werkkrachten aan de West-Indische Compagnie toegewezen. Rond 1700 ontstond er een conflict tussen de beheerder van de plantage en de gezagdrager van het eiland. Dit leidde uiteindelijk tot de verplaatsing van de bezigheden van plantage Asiento naar plantage Zuurzak en het opheffen van plantage Asiento aan het Schottegat. In de 19e eeuw waren het landhuis en het bijbehorende terrein in handen van de families Grüning en Van den Wall Arnemann. Het plantageterrein werd geconfisqueerd nadat de familie het toenmaals aangeboden bedrag van 10.000 gulden had geweigerd te accepteren. Eén en ander resulteerde vervolgens in een juridische procedure die uiteindelijk door de familie werd gewonnen. Uiteindelijk kreeg de notaris die bij het terreinoverdrachtsproces betrokken was geld aangeboden van de tegenpartij, waardoor het juridisch gekibbel nog tot ver in de twintigste eeuw zou voortduren.

Landhuis Ronde Klip

Het fors uitgevallen landhuis Ronde Klip is in een puur classicistische stijl gebouwd. Het twee verdiepingen tellende hoofdgebouw alsook de aparte vleugels aan de noord-, oost- en westzijde hebben een schilddak. De aangebouwde vleugels zijn van een latere bouwdatum dan het oorspronkelijke hoofdgebouw van plantagehuis Ronde Klip. De vleugel aan de noordzijde is het laatst toegevoegd, namelijk in het jaar 2002 en staat ten dele op palen ook. Alleen de vleugel aan de oostzijde kent overigens dakkapellen. Er is sprake van een galerij met open bogen op de ondergelegen bouwlaag, welke vervolgens doorloopt in de westzijde van de oostvleugel. Het front aan de zuidzijde van de centrale hoofdbouw is vermoedelijk van begin 20e eeuw en wordt ondersteund door een colonnade met zestal zuilen. Niet zo lang geleden is het landhuis gemoderniseerd en volledig gerestaureerd. De oude detailleringen van het plantagehuis bleven daarbij intact. Het originele landhuis werd in de 18e eeuw gebouwd.

De plantage Ronde Klip was 825 hectare groot. Er werd aan veeteelt gedaan, maar er werd later ook katoen en aloë verbouwd. In de 20e eeuw werd het landhuis enige jaren gebruikt als opvoedingstehuis voor meisjes onder leiding van de Dominicanessen van Bethanië.

Landhuis Bonam

Er is momenteel weinig informatie beschikbaar over landhuis Bonam.

Op oude landkaarten treft men de naam ‘Bonnam’ aan. Er wordt op het ogenblik nog verder onderzoek gedaan naar de geschiedenis van dit landhuis. Als bijnamen komen we tegen ‘Fortuin Bon’ en ‘Fortuijn’.

Landhuis Bottelier

Het landhuis Bottelier is vermoedelijk in het jaar 2006 afgebroken. Het landhuis bestond oorspronkelijk uit twee aan elkaar gebouwde delen, welke elk voorzien waren van een schilddak. Eén deel was trouwens wat langer dan het andere. In de loop der jaren was er van alles en nog wat ook aangebouwd aan de oorspronkelijke hoofdbouw.

Plantage Bottelier was een puur agrarische aangelegenheid. Daarnaast stond de plantage bekend om zijn goede putwater. Het was ook één van de eerste plantages waar ploegen geïntroduceerd werden. De plantage Bottelier was in zijn totaliteit zestig hectare groot. Vermoedelijk is de naam ‘Bottelier’ afgeleid van het beroep van de eerste eigenaar van de plantage, Nicolaas Hansen. Hij was namelijk hofmeester [bottelier] op schepen. Het plantagehuis was al laatste in gebruik als discotheek. Als bijnamen komen we overigens tegen ‘Groote Tuin’ en ‘Lange Tuin’.

Landhuis Abrahamsz

Op de oorspronkelijke fundamenten van landhuis Abrahamsz is na 1977, toen het oude landhuis waarschijnlijk door brand is verwoest, een enigszins in landhuisstijl gebouwde villa verschenen. De woonwijk in de onmiddellijke omgeving draagt zoals gebruikelijk de naam van landhuis Abrahamsz. Daarnaast is ook de belangrijkste straat in de woonwijk naar het landhuis vernoemt.

Zoals gesteld is het originele landhuis in 1977 vermoedelijk door brand verwoest. Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van het oude landhuis.

Landhuis Jan Thiel

Dit landhuis bestaat uit een hoofdbouw met een hoog schilddak met aan de ene zijde van het dak drie en aan de andere zijde van het schilddak 2 asymmetrisch geplaatste dakkapellen. Aan drie kanten van het plantagehuis wordt een galerij aangetroffen met een lessenaarsdak. Aan één van de korte zijden van het landhuis bevindt zich zelfs een volledig open galerij. Het bouwjaar van het huis is onbekend.

De plantage Damascus [Damasco of ook wel Gentiel] was een typische zoutplantage. Dat zout werd overigens gewonnen uit de nabijgelegen baai. Deze zoutproductie vanuit de naast het planatgehuis gelegen baai geschiedde nog tot het begin van de 20e eeuw. Rond het jaar 1800 werd er trouwens ook katoen verbouwd op de plantage. De eerste eigenaar van de plantage was de Nederlandse schipper Jan Thielen. De bijnaam Gentiel zou trouwens een verbastering zijn van de familienaam Perret Gentil. Momenteel is het oude plantagehuis in gebruik als woonhuis.

Landhuis Groot Santa Martha

Het plantagehuis Groot Santa Martha in Soto is één van de meest complete landhuizen van het eiland Curaçao. Het U-vormige landhuis werd omstreeks 1700 gebouwd en bezit zogenaamde tuitgevels met een driehoekige topbeëindiging en is voorzien van een zogenaamd zadeldak. De patio is in de 20e eeuw afgesloten met een forse poort in een classicistische stijl, waarin het beeld van Santa Martha voorkomt. Het plantagehuis is momenteel in gebruik als sociale werkplaats en in het verleden ook als clubhuis van een politieke partij op het eiland, maar is het bezoeken meer dan waard.

De winning van de zout was altijd de voornaamste bezigheid van plantage Groot Santa Martha. In de tweede helft van de 19e eeuw kwam bijna negentig procent van al het zout dat op Curaçao gebruikt werd uit de baai van Santa Martha. Er werd overigens ook wol geproduceerd op de plantage Groot Santa Martha als gevolg van de aanwezigheid van een grote veestapel ter plekke. Daarnaast heeft men in de loop der tijd getracht er suikerriet, dividivipeulen en sinaasappelen te verbouwen. De plantage besloeg ooit een oppervlakte van 554 hectare. Als bijnaam komt men tegen ‘Groot Sint Maarten’.

Landhuis San Nicolas

Dit landhuis dateert uit de 18e eeuw en behoorde tot de plantage San Nicolas. De kern van het landhuis heeft een zogenaamd schilddak met in totaal een zestal dakkapellen. Aan de beide lange zijdes van het plantagehuis bevinden zich galerijen welke voorzien zijn van een lessenaarsdak.

Al aan het einde van de 17e eeuw wordt de plantage San Nicolas beschreven. Het was een middelgrootte plantage en was in zijn totaliteit 339 hectare groot. Er werd indertijd naast akkerbouw en veeteelt vooral aan zoutwinning op de plantage gedaan.

Landhuis Klein Santa Martha

Het landhuis van de oorspronkelijke plantage Klein Santa Martha heeft een hoofdbouw met een zadeldak met aan weerskanten een drietal dakkapellen. De geveltoppen hebben een rond ventilatiegat met een sterdecoratie. Het dak van het landhuis kent een bedekking van oudhollandse dakpannen. Volledig los van het hoofdgebouw is een keuken aangebouwd voorzien van een zadeldak. Het oude plantagehuis, dat omstreeks het jaar 1750 werd gebouwd, is enige jaren geleden volledig gerenoveerd en verbouwd met een verbluffend eindresultaat. Het wordt momenteel gebruikt als hotel/restaurant.

De plantage Klein Santa Martha was een redelijk welvarende plantage op het eiland Curaçao en produceerde in hoofdzaak zout, maar daarnaast hield men zich ook bezig met akkerbouw en veeteelt. Zo werd er onder andere suikerriet en dividivi gekweekt. In een later stadium produceerde met ook wol en zuivelproducten op de plantage. Tijdens de slavenopstand in 1795 kwam de plantage Klein Santa Martha negatief in het nieuws doordat de huisonderwijzer, die als enige blanke op de plantage was achtergebleven, door de slaven werd vermoord. In het jaar 1805 werd de plantage door de Engelsen geplunderd. De plantage Klein Santa Martha werd al in de 17e eeuw gesticht en was oorspronkelijk in zijn totaliteit 480 hectare groot. De bijnaam luidt ‘Klein Sint Maarten’.

Landhuis Rio Magdalena

Het landhuis dat oorspronkelijk tot de plantage Rio Magdalena behoorde is al lang geleden verdwenen en vervangen door het huidige plantagehuis dat een hoofdbouw heeft met een zadeldak voorzien van dakkapellen. Aan weerszijden van het landhuis bevindt zich een galerij met een lessenaarsdak. De galerij aan de zuidzijde is overigens wat breder dan aan de noordzijde van het huis. Thans is het landhuis een woonhuis. De plantage Rio Magdalena werd pas in de negentiende eeuw gesticht. Er wordt op dit moment nog nader onderzoek verricht naar de exacte geschiedenis van de plantage. Als bijnamen komen we tegen ‘Ri Malein’ en ‘Rio Malyn’.

Landhuis Klein Sint Joris

Het landhuis Klein Sint Joris heeft een zogenaamd zadeldak, met aan de ene lange zijde vier en aan de andere lange zijde twee dakkapellen. Een bijzonder aspect is, dat het één van de weinige plantagehuizen is met een hangend balkon. Op enige meters van het landhuis staat een vierkante toren met een tentdak erop. De precieze functie van deze toren is niet geheel duidelijk. In de loop van de tijd werden aan het huis vele zichtbare verbouwingen door de eigenaar uitgevoerd. Al in het jaar 1635 werd op de plantage Klein Sint Joris een deel van de grond in cultuur gebracht. De plantage kan daarmee tot één van de oudste plantages gerekend worden. Naast de verbouw van suikerriet was er toenmaals sprake van landbouw en veeteelt. ‘Chinchó Chiki’ is de bijnaam van het plantagehuis. Het is thans een woonhuis.

Landhuis Choloma

Het oude plantagehuis, dat in het jaar 1896 werd gebouwd, kent een hoofdgebouw met aan beide zijden een galerij, waarbij de galerij aan de zuidzijde iets korter is dan aan de andere zijde. Alle drie de bouwelementen zijn voorzien van een zadeldak. Er zouden nog enkele slavenhutjes te vinden zijn bij landhuis Choloma.

Choloma maakte oorspronkelijk deel uit van de plantage Groot Sint Joris. De plantage ontstond in het jaar 1893 en was zo’n 1500 meter lang en 750 meter breed. Vrije slaven waren de eerste eigenaren indertijd. In de eerste helft van de 20e eeuw werden er in hoofdzaak struisvogels gehouden. De naam van landhuis dateert nog uit de periode dat indianen het eiland bewoonden en is zodoende van indiaanse oorsprong.

Landhuis Groot Sint Joris

Het landhuis op de plantage Groot Sint Joris bestaat feitelijk uit een drietal aan elkaar geschakelde bouwdelen, welke overigens tekenend zijn voor het 19e eeuwse karakter daarvan met een bouw van nagenoeg in de breedte gelijke bouwdelen, welke allen zijn voorzien van een zogenaamd schilddak. Aan de westzijde van het middelste bouwdeel is een halfrond front gebouwd, dat vervolgens in het lage gedeelte van dat front naar de andere twee bouwelementen doorloopt. In de top is het front voorzien van een grote bloemversiering. Direct daaronder bevindt zich een fraaie gevelsteen met als afbeelding daarop een harpspeler, waarvan sommigen menen dat het koning David is, maar weer anderen stellen dat het Sint Joris is. Dakkapellen kent de kern van het landhuis overigens niet. Aan de westzijde van het plantagehuis bevindt zich over de gehele breedte van de drie beschreven bouwdelen een volledig open galerij, welke is voorzien van een lessenaarsdak. Voor het huis bevindt zich een vierkant terras dat aan de noord- en zuidzijde een bijgebouw heeft met een schilddak. De latere uitbreiding met stallen ten behoeve van het agrarisch bedrijf zijn duidelijk 20e eeuws. Bovendien is er aan de zuidzijde nog een tweede gebouw gelegen, dat uit twee verdiepingen bestaat en eveneens is voorzien van een schilddak. De begane grond van dit gebouw kent naast een open ook nog een gesloten galerij. Het oorspronkelijke landhuis dateert uit het jaar 1753, maar in de huidige vorm vermoedelijk uit de tweede helft van de 19e eeuw. De huidige gevelsteen blijkt overigens nog wel uit de 18e eeuw te stammen.

De plantage Groot Sint Joris wordt al beschreven in het jaar 1696. Toenmaals was de plantage 454 hectare groot en kende naast een uitgebreide veestapel, grote aantallen kokospalmbomen. De toenmalige plantage werd onder andere gebruikt als opvangplek voor slaven, die er wat konden aansterken na hun zenuwslopende reis naar het eiland Curaçao. Door de grote hoeveelheden aan beschikbaar grondwater ter plekke was het mogelijk om moestuinen aan te leggen op de plantage. Uit maar liefst 21 waterputten met Amerikaanse windmolens werd grondwater naar boven gepompt.

Bijnamen bestaan er trouwens niet voor het plantagehuis, dat nu als woonhuis dient.

Landhuis Karpata

Landhuis Karpata bestond oorspronkelijk uit drie bouwdelen met elk een afzonderlijk schilddak en overigens zonder dakkapellen. Twee bouwdelen waren van gelijke grootte en deze blokken waren met hun lange zijde tegen elkaar aan gebouwd. Het derde deel was groter en tevens wat hoger gebouwd. De twee soortgelijke bouwonderdelen waren met de korte zijde tegen de lange zijde van de grotere hoofdbouw aangebouwd. Het grotere bouwonderdeel van landhuis Karpata had aan één van de korte zijden in de lengterichting een smalle aangebouwde vleugel die was voorzien van een zogenaamd lessenaarsdak. Daarnaast had één van de kleine bouwblokken een open galerij aan de kant van de vleugel met een lessenaarsdak. Het landhuis was ooit gelegen aan de voet van de Seru Karpata. Het bouwjaar van het landhuis is niet bekend.

Landhuis Klein Bloempot

Hoewel dit landhuis in diverse boeken ook wel eens ‘Klein Bloemhof’ wordt genoemd, dient men volgens de zogenaamde ‘Werbata-kaarten’ voor dit plantagehuis in principe toch Klein Bloempot als benaming aan te houden, daar het huis zich op de plantage Klein Bloempot bevond. Vandaar dat deze naam voorshands ook wordt aangehouden. Het landhuis bestaat uit twee bouwblokken, welke elk voorzien zijn van een zelfstandig schilddak. Aan de achterzijde van het plantagehuis is later een aanbouw toegevoegd. Aan de voorzijde wordt een front aangetroffen dat is gebouwd op twee zuilen. Het front dat is gebouwd in de vorm van een driehoek is voorzien van een fraaie decoratie waarin een pot met bloemen is opgenomen. Het exacte bouwjaar is niet bekend.

Het landhuis wordt ook wel Severeyn genoemd. Dit als gevolg van het feit dat het in het jaar 1816 werd gekocht door Abraham Severeyn. Andere bijnamen zijn ‘Klein Bloemhof’ en ‘Sjon Hof’. Tot voor kort was in het landhuis een antiekzaak gevestigd. Het dient nu als woonhuis. Er wordt nog nader onderzoek gedaan naar de plantage Klein Bloempot.

Landhuis Klein Davelaar

Het landhuis Klein Davelaar bestaat niet meer. Er is op dit moment weinig informatie over het landhuis beschikbaar. Het exacte bouwjaar is voorshands onbekend.

Net zoals waarvan sprake is bij landhuis Groot Davelaar, zou de oorspronkelijke naam afstammen van de familienaam Davelaar. Er wordt nog nader onderzoek verricht naar de geschiedenis van dit landhuis.

Landhuis Groot Sint Michiel

Op de fundamenten van het oorspronkelijke landhuis Groot Sint Michiel werd het huidige landhuis gebouwd. Qua vorm wijkt het duidelijk af van alle andere landhuizen op Curaçao. Er is sprake van een tamelijk brede hoofdbouw, waarbij een tweede deel, dat beduidend smaller is in de lengterichting werd aangebouwd. Beide bouwdelen zijn voorzien van een zogenaamd zadeldak. Galerijen zijn er verder niet. Het huidige huis werd omstreeks 1900 gebouwd en is thans in gebruik als ranch.

Groot Sint Michiel was een plantage van in zijn totaliteit 255 hectare groot. De plantage kende in het oostelijk gedeelte een begraafplaats voor de familie van de eigenaar. Meer aan de weg bevond zich de begraafplaats van de slaven van de plantage.

Landhuis Klein Sint Michiel

Het landhuis Klein Sint Michiel wordt gevormd door twee aan elkaar gebouwde delen, het ene deel overigens langer dan het andere. Beide bouwdelen zijn voorzien van een zadeldak met dakkappelen. Aan de zuidzijde is een galerij gelegen. Boven de ingang is een beeltenis te vinden van Sint Michiel, die in gevecht is met een draak. In 1862 werd het plantagehuis herbouwd. Momenteel wordt het landhuis als woonhuis gebruikt.

De plantage Klein Sint Michiel was oorspronkelijk 185 hectare groot. Als gevolg van de zoutwinning uit de nabijgelegen saliña Sint Michiel, was het een typische zoutplantage. In de 20e eeuw was er trouwens ook sprake van veeteelt.

Landhuis Koningsplein

Het landhuis Koningsplein bestaat uit een hoofdbouw met aan weerszijden over de gehele lengte een galerij. Zowel de hoofdbouw als de galerijen zijn voorzien van een zogenaamd zadeldak. De hoofdbouw is overigens ouder dan de beide galerijen van het landhuis. Dat blijkt met name uit de dakkapellen van de kern van het gebouw, die kijken namelijk uit op de daken van de galerijen. Een zeer ongebruikelijke situatie kun je het gerust noemen. Het bouwjaar van het landhuis is onbekend. Het landhuis Koningsplein wordt thans als kantoorruimte gebruikt.

De plantage Koningsplein stamt vermoedelijk al uit de 17e eeuw. Bij werkzaamheden aan het oorspronkelijke plantagehuis zou op één van de binnenmuren van het landhuis het jaartal 1650 tevoorschijn zijn gekomen. Het was trouwens een relatief kleine plantage van 35 hectare in zijn totaliteit. Het werd meestal als buitenverblijf gebruikt. Bijnamen voor het plantagehuis zijn niet bekend.

Landhuis Groot Kwartier

Het oorspronkelijke plantagehuis Groot Kwartier had een U-vorm en was gelijkvloers. De ingang bevond zich aan de westzijde van het landhuis. Pas in een later stadium is de verdieping op het oude plantagehuis geplaatst en is de patio volledig dichtgebouwd. De ingang werd vervolgens naar de oostzijde verplaatst. Het brede hoofdgestel aan de voorzijde van het plantagehuis wordt ondersteund door een zuilenrij van in totaal tien pilaren. Het landhuis kent een combinatie van zowel schild- alsook zadeldaken. In de loop van de tijd heeft het landhuis overigens al diverse kleurstellingen gehad, zoals okergeel, rood en momenteel bijvoorbeeld grijs. In het jaar 2011 werd het landhuis volledig gerenoveerd. Ook het in de voortuin aanwezige graf werd daarbij niet vergeten. Het bouwjaar van het oorspronkelijke plantagehuis is het jaar 1695.

Plantage Groot Kwartier werd in 1694 gesticht. Op de plantage werd onder andere maïs verbouwd, maar daarnaast bevond zich er ook een oranjerie, een bananenboomgaard, dividivi-cultuur en een grote veestapel. Bovendien werd er aan zoutwinning gedaan op de plantage. De plantage Groot Kwartier diende ook als leverancier van citrusschillen ten behoeve van de fabricage van Curaçaose likeur en er werd putwater van een goede kwaliteit geleverd. Het was de eerste plantage waar Amerikaanse windmolens werden geplaatst op de diverse waterputten en ook voor het vermalen van maïs tot maïsmeel werden de windmolens toenmaals gebruikt. In de voortuin van het huis staan diverse kanonnen die op 17 februari 1804 zijn gebruikt door burgers, mariniers en artilleristen bij het tegenhouden van de Engelse inval op die dag. Mede als gevolg daarvan verlieten de Engelsen het eiland ook weer veertien dagen later. Als bijnaam komen we tegen de naam ‘Rustenburg’. Momenteel is er een trustkantoor gevestigd in het landhuis.

Landhuis Granbeeuw

Landhuis Granbeeuw heeft een hoofdgebouw met een schilddak zonder dakkapellen. Aan alle zijden van het landhuis bevinden zich galerijen welke voorzien zijn van een lessenaarsdak.

Het landhuis was ooit in gebruik als woonhuis en tevens als bejaardentehuis. De laatste jaren is het oude plantagehuis in gebruik geweest als opleidingsinstituut in de horeca en laatstelijk tevens als bar/restaurant en bierbrouwerij. Onlangs is dit bedrijf gesloten.

Landhuis Nieuwpoort

Over het landhuis Nieuwpoort is momenteel geen bruikbare informatie beschikbaar. Het bouwjaar is ook niet bekend.

Er wordt momenteel nog verder onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van dit inmiddels verdwenen landhuis. Als bijnaam komt men tegen ‘Newport’.

Landhuis Gaito

Het landhuis Gaito heeft een hoofdgebouw dat uit twee verdiepingen bestaat, voorzien van een zadeldak een aan twee zijden een enkele dakkapel. Aan beide lange zijden van het landhuis bevinden zich galerijen met een zogenaamd lessenaarsdak. De ingang van het plantagehuis bevindt zich overigens aan één van de korte zijden van het huis. Het bouwjaar van het landhuis is gelegen in de tweede helft van de 19e eeuw.

De plantage Gaito was een van de minder belangrijke plantages op het eiland. Tot ver in de 20e eeuw was de plantage overigens nog in gebruik als kleine veeboerderij. Thans is het landhuis in gebruik als kerk.

Landhuis Meerwijk

Dit landhuis lag op een heuvel en op een steenworp afstand van landhuis Bever dat in 2017 weer is gerenoveerd en ten dele is hersteld door de huidige eigenaar van het huis. De exacte locatie van het oorspronkelijke landhuis Meerwijk alsook het juiste bouwjaar zijn momenteel in het geheel niet bekend.

Landhuis Meerwijk werd al in 1812 afgebroken. Naar de juiste geschiedenis wordt op dit moment nog nader onderzoek gedaan. Als bijnamen worden gehanteerd ‘Meurwijk’ en ook ‘Moerwijk’.

Landhuis Santa Barbara

Het bijzonder indrukwekkende landhuis Santa Barbara dat pas aan het einde van de 19e eeuw werd gebouwd, ligt op de plantage Santa Barbara [Plantation Santa Barbara], een groot privé landgoed, waarop thans tevens het Santa Barbara Beach & Golf Resort Curaçao gelegen is en dat overigens slechts toegang biedt aan geregistreerde gasten. Het landhuis heeft een L-vorm met 2 brede vleugels, een noordelijke en een westelijke, waarbij de noordelijk gelegen vleugel ook een kleine uitbouw in oostelijke richting kent. De noordelijke vleugel is van oudere bouwdatum dan de westelijke. De aangebouwde vleugels bestaan uit twee verdiepingen. De noordelijke vleugel heeft galerijen op beide verdiepingen aan beide lange zijden, waarvan de westelijke open zijn met grote pilaren. De westelijke vleugel heeft op beide verdiepingen aan drie zijden een open galerij, ook voorzien van grote pilaren. De vleugels hebben een zogenaamd schilddak met in totaal zes dakkapellen, waarvan enkele een driehoekig fronton hebben. Er doen verhalen de ronde dat het landhuis rondom een oude Spaanse kerk is gebouwd, omdat een deel van de noordelijke vleugel een dikkere muurconstructie zou hebben. Daarnaast heeft het landhuis een bijzonder groot terras met indrukwekkende opgangen. Al in de 19e eeuw werd het landhuis ‘het schoonste en grootste’ van het eiland Curaçao genoemd.

Plantage Santa Barbara is één van de oudste plantages van het eiland Curaçao en is al vóór het jaar 1662 gesticht. Met zijn totale oppervlakte van 1202 hectare was het tevens één van de grootste plantages. In belangrijke mate was toenmaals sprake van veeteelt alsook akkerbouw. In het jaar 1874 werd op de plantage ook fosfaat ontdekt, waarna tot eind van de 19e eeuw een zeer rijke fosfaatwinning heeft plaatsgevonden. Momenteel vindt op ‘De Tafelberg’, een afgeplatte heuvel van oorspronkelijk 240 meter hoog, welke zich eveneens op de oude plantage bevindt nog immer kalksteenwinning plaats door de Mijnmaatschappij Curaçao. Dat lijkt nog wel veertig jaar te kunnen voortduren ook.

Landhuis Scharloo

Dit landhuis bevond zich ooit ter hoogte van het huidige adres Scharlooweg 76 en maakte deel uit van de toenmalige plantage Scharloo [of Schaarloo].

De plantage Scharloo was één van de eerste negen plantages die door de West-Indische Compagnie aan Nederlandse boeren waren gegeven. De plantage bleek echter niet geschikt voor landbouw. De naam ‘Scharloo’ is overigens afgeleid van de Nederlandse woorden schaar en loo, welke beide klein bos of struiken betekenen.

Landhuis Cas Cora

Het landhuis Cas Cora is voorzien van een zadeldak. Dakkapellen ontbreken bij dit oude plantagehuis. Aan de beide lange zijden van het huis bevinden zich galerijen met een lessenaarsdak. Aan de achterzijde bevindt zich een uitbouw en is in een later stadium een grote overkapping geplaatst. De bouw dateert van begin 19e eeuw.

De plantage Cas Cora was niet groter dan 85 hectare en behoorde daarmee tot de wat kleinere plantages op het eiland Curaçao. Er werd in hoofdzaak veeteelt bedreven en halverwege de 20e eeuw was er bovendien even sprake van het fokken van vee. Als bijnamen komen we tegen ‘Vredenberg’ alsook ‘Penso’s Park’.

Landhuis Flip

Over dit landhuis is nagenoeg niets bekend op dit specifieke moment. Zelfs de juiste ligging van het oorspronkelijke landhuis is niet geheel bekend. Ook het bouwjaar is niet bekend.

Er wordt nog nader onderzoek verricht naar de geschiedenis van landhuis Flip. Als bijnaam voor het landhuis komen we tegen ‘Klein Paradera’.

Landhuis Bicento

Over landhuis Bicento is op dit specifieke moment nog weinig informatie beschikbaar. Hetgeen momenteel resteert zijn de ruïnes van het oorspronkelijke landhuis.

Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Bicento.

Landhuis Fontein

Over het landhuis Fontein is vooralsnog er weinig bekend en/of informatie beschikbaar.

Omtrent de geschiedenis van dit landhuis wordt nog nader onderzoek gedaan. Als bijnamen komen we tegen ‘Bellevue’ en ‘Ravenslust’.

Landhuis Francia

Landhuis Francia bestaat van oorsprong uit drie bouwdelen, welke aan de lange zijden aan elkaar zijn gebouwd. Het werd gebouwd in het jaar 1820. Alle drie de bouwblokken zijn voorzien van een afzonderlijk schilddak. In later stadium zijn veel aanbouwingen gepleegd, maar het landhuis wordt wél beschouwd als één der mooist gerestaureerde landhuizen van Curaçao. Ook is er een bijzonder fraai aangelegde tuin met een gazon. Op zichzelf ook al zeer apart voor het eiland Curaçao. Het landhuis wordt momenteel verhuurd als luxe woonhuis en staat daarnaast al enige tijd te koop.

Francia was een typisch lusttuintje. Er wordt op dit ogenblijk nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het landhuis Francia.

Landhuis Goede Hoop

Het landhuis Goede Hoop dat op een behoorlijk hoge heuvel is gelegen, bestaat uit een rechthoekige hoofdbouw met aan alle zijden een galerij. Het huis heeft een sala met deuropeningen naar deze galerijen. Er zijn overigens geen dakkapellen in het volledig witte schilddak aanwezig. Het terras op het westen heeft een bijzonder grote luifel, welke ondersteund wordt door een viertal metalen zuilen. Het opvallende kleine witte schilddak van het landhuis, dat trouwens al van verre goed zichtbaar is, steekt ver boven de directe omgeving uit. Aan de achterzijde van het landhuis bevindt zich voor Curaçaose begrippen een unieke overkapping met vier zuilen. Bij de achtergevel aan de oostzijde van het huis bevindt zich gedeeltelijk onder de grond een regenbak.

De plantage De Goede Hoop was een buitenverblijf voor stadsmensen. Er wordt nog verder onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van het landhuis. Bijnamen zijn ‘Papa’ en ‘Klein Rozendal’.

Landhuis Koraal Partien

Over het landhuis Koraal Patien is op dit ogenblik weinig bekend. Het landhuis zelf is niet meer aanwezig op de oorspronkelijke bouwplaats. Op het oude plantageterrein Koraal Partien bevindt zich thans een woonwijk genaamd Koraal Partier. Deze naam, hoewel wat anders geschreven, verwijst wel degelijk naar het oude plantage. Er wordt momenteel nog uitgebreid onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Koraal Partien.

Landhuis Koraal Specht

Over dit landhuis is nog geen bruikbare informatie beschikbaar op dit moment. Het oorspronkelijke landhuis bestaat overigens niet meer. Het bouwjaar is niet bekend.

De plantage Koraal Specht heette oorspronkelijk alleen Koraal. De naam Specht is pas in een later stadium toegevoegd. De familie Specht was namelijk eigenaar van de plantage, net als van de later afgesplitste plantages Steenwijk en Labadera. Op deze voormalige plantage is later ook de woonwijk ‘Koraal Specht’ ontstaan en ontwikkeld. De naam van de wijk is nog het meest bekend geworden vanwege de gelijknamige gevangenis die in de jaren vijftig van de vorige eeuw naast de wijk werd gebouwd. De naam van de gevangenis werd later gewijzigd in ‘Bon Futuro’ [Goede Toekomst] en heet thans Sentro di Detenshon Korekshon Kòrsou, oftewel Centrum voor Detentie en Correctie Curaçao. Naar het oorspronkelijke landhuis Koraal Specht wordt momenteel nog verder onderzoek gedaan. Als bijnaam geldt ‘Koraal’.

Landhuis Koraal Tabak

Het op zichzelf relatief kleine landhuis Koraal Tabak bestaat uit twee tegen elkaar geplaatste bouwdelen, elk voorzien van een schilddak. Het bouwjaar is onbekend.

De plantage Koraal Tabak was één van de eerste negen plantages die indertijd door de West-Indische Compagnie werden gesticht. De plantage kon worden beschouwd als een redelijk omvangrijke plantage. De grootte was namelijk indertijd 492 hectare. De verbouw van tabak was aanvankelijk de hoofdbezigheid op de plantage, echter niet voor lange tijd. In de bloeitijd van de slavernij – het derde kwart van de 17e eeuw – was de plantage een slavenkamp. In de zestiger jaren heeft het landhuis korte tijd gediend als restaurant. Momenteel staat het landhuis leeg en verkeert het in zeer slechte staat.

Landhuis Kortijn

Het landhuis is al voor het jaar 1851 afgebroken. Het maakte deel uit van de plantage Kortijn die strekte van het Schottegat tot de huidige Frederikstraat en van de haven aan de Sint Annabaai tot aan de huidige Kortijnweg.

Landhuis Noordkant

Het betrekkelijk kleine landhuis Noordkant heeft een hoofdbouw met een zadeldak en in totaal vier dakkapellen. Aan beide zijden van het huis is een galerij met lessenaarsdak gebouwd. Tegen het plantagehuis aan zijn een keuken, een magasina en een waterbak gebouwd. In een van de topgevels is het jaar 1857 zichtbaar; in dat jaar heeft overigens een verbouwing plaatsgevonden. Ook in het jaar 1987 werd er nog het een en ander verbouwd, maar op dit moment is het huis in uiterst slechte staat. Het landhuis dateert uit de 18e eeuw.

Rond het jaar 1700 behoorde de plantage Noordkant nog toe aan de West-Indische Compagnie. De plantage was in zijn totaliteit 593 hectare groot. Er werd onder andere veeteelt bedreven. In de bloeitijd van de slavernij [derde kwart van de 17e eeuw] heeft de plantage ook enige tijd als slavenopvangkamp gefungeerd.

Landhuis Pannekoek

Het plantagehuis Pannekoek heeft een hoofdbouw met een zogenaamd zadeldak en aan de vier zijden van deze kern een galerij met een lessenaarsdak. Het landhuis heeft geen dakkapellen. Het bouwjaar is gelegen aan het einde van de 18e eeuw.

De landhuis Pannekoek is vernoemd naar de eerste eigenaar van de plantage, te weten Gerrit Pannekoek, die de 175 hectare grote plantage ooit kocht. Daarvoor maakte de plantage deel uit van de plantage Klein Kolonie. De belangrijkste bezigheden betroffen overigens akkerbouw en veeteelt. De oude plantage Pannekoek is sinds 1913 in handen van de Curaçaose overheid. Als bijnaam wordt gehanteerd ‘Kleine Kloof’.

Landhuis Patrick

Er is geen bruikbare informatie beschikbaar over dit landhuis dat inmiddels is veranderd in een ruïne. Op ongeveer 500 meter ten noorden van de huidige ruïne van het landhuis bevindt zich de fundering van het oudere plantagehuis van de plantage Patrick. Op zo’n 125 meter meer oostelijk van deze fundering staat de ruïne van een magasina. Ook zijn op de locatie restanten te vinden van verschillende waterbakken. Tevens bevinden zich er nog een drietal graven. Het bouwjaar is onbekend.

De plantage Patrick was oorspronkelijk 388 hectare groot. De plantage bestond uit drie afzonderlijke delen: Padiki, Patrick en Striebeek. De belangrijkste bezigheden betroffen opbrengsten uit de dividiviteelt en daarnaast ook veeteelt. Tevens was er een moderne kalkbranderij, diverse vruchtbomen en de productie van houtskool.

Landhuis Oranjeberg

Het landhuis Oranjeberg was gelegen in het thans niet toegankelijke oostelijke deel van het eiland Curaçao. Over het bouwjaar is ook niets bekend.

Er wordt op dit moment nog verder onderzoek gedaan naar de exacte geschiedenis van landhuis Oranjeberg. Als bijnaam komen we tegen ‘Urambè’.

Landhuis Plantersrust

Het oorspronkelijke landhuis Plantersrust kende een zadeldak met diverse dakkapellen. Tevens waren er meerdere galerijen aanwezig. Het huis dat thans wordt aangeduid als [landhuis] Plantersrust is overigens in 1891 gebouwd en kreeg uiteindelijk na de nodige uitbreidingen de functie van militair hospitaal. Op een oudere tekening van mei 1862 is het zicht vanuit hospitaal Mundo Nobo op de plantage Plantersrust afgebeeld. Hierop is tevens het oude landhuis Plantersrust te zien. Het bouwjaar van het huis is onbekend.

Er wordt momenteel nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van landhuis Plantersrust. Er is geen sprake van bijnamen voor zover bekend.

Landhuis Pos Spaño

Het landhuis Pos Spaño behoorde tot de hoogstgelegen landhuizen op het eiland. De hoofdbouw bestond uit een kern voorzien van een zadeldak. Overigens zonder enige dakkapel. Aan drie zijden bevond zich een galerij met een lessenaarsdak. De waterput bij het landhuis werd gebouwd met nog immer goed zichtbare IJssel stenen. De huidige locatie is slechts toegankelijk met toestemming van de Stichting Uniek Curaçao.

De oude plantage was aan het eind van de 18e eeuw voor het laatst in bedrijf. Er werd hoofdzakelijk maïs verbouwd en er was ook sprake van een indigocultuur. Het landhuis werd overbodig toen de plantage Pos Spaño werd overgenomen door de nabijgelegen plantage Santa Cruz was het oude landhuis natuurlijk overbodig geworden, waarbij het in verval is geraakt. Tot begin van de jaren ’70 was een van de topgevels nog duidelijk zichtbaar, maar inmiddels is deze ingestort. De bijnaam luidt ‘Spaanse Put’.

Landhuis Wacao

Over het landhuis Wacao is thans weinig bekend. De bouwdatum is ook niet bekend.

Er wordt momenteel overigens nog nader onderzoek naar het landhuis Wacao gedaan.

Landhuis San Hironimo

Het terrein waar de huidige ruïne van landhuis San Hironimo ligt is alleen toegankelijk met de uitdrukkelijke toestemming van de huidige eigenaar.

Er wordt thans nog nader onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het landhuis. Als bijnamen komen we tegen ‘Sint Hieronymus’ ‘Seiroma’.

Landhuis San Mateo

Het oorspronkelijke landhuis San Mateo bezat een schilddak voorzien van dakkapellen. Aan alle zijden van het landhuis bevond zich een galerij met een lessenaarsdak. Het oude landhuis is inmiddels afgebroken en op de oorspronkelijke locatie is ondertussen een ander pand gebouwd.

Het landhuis San Mateo was oorspronkelijk eigendom van Gottlob Wilhelm Hellmund, die leefde van 1802 tot en met 1863 en daar woonde met zijn vrouw en negen kinderen. Gottlob op zijn beurt was weer de zoon van August Wilhelm Hellmund, de eigenaar van landhuis Mundo Nobo. In het jaar 1909 werd in het oorspronkelijke landhuis San Mateo een militair tehuis gevestigd. Rond 1927 werd het landhuis met de daarbij behorende terrein dat tot aan de Roodeweg reikte aan de Rooms Katholiek Kerk verkocht.

Landhuis San Sebastian

Het landhuis San Sebastian heeft een hoofdbouw met een zadeldak en een dakkapel. Aan beide lange zijden van het landhuis is een galerij gesitueerd met een zogenaamd lessenaarsdak. Aan de zuidelijke galerij is in het midden een vleugel aangebouwd van twee verdiepingen. De vleugel heeft eveneens een zadeldak. Aan de korte oostzijde van de hoofdbouw van het landhuis is op beide hoeken een korte vleugel met zadeldak aangebouwd. Deze twee korte vleugels zijn met elkaar verbonden door een poort boven de patio. Als bouwjaar wordt aangehouden 1754. Thans is het een woonhuis.

De plantage San Sebastian werd halverwege de 17e eeuw gesticht als onderdeel van een van de grotere plantages van de toenmalige West-Indische Compagnie. Er werd maïs verbouwd, maar in een later stadium vond er ook een cochenillecultuur plaats. Aan het eind van de 19e eeuw zijn er bovendien aloë-aanplantingen gedaan. Het huis dateert oorspronkelijk uit 1754 en is in het jaar 1805, tijdens de plunderingen door de Engelsen, in vlammen opgegaan. Na die datum is het landhuis vervolgens herbouwd. Als bijnamen komen we tegen ‘Sint Bastiaan’ en ‘Sint Sebastiaan’.

Gerelateerde berichten

De verhuizing van mevrouw Cooper

"Heel even, Jeroen. Bijna klaar.” Haar stem klonk vertrouwd, zo vaak had ik ’m de laatste twee...

Lees verder

Bieden op een huis: hoe bepaal je het openingsbod?

Ga je bieden op een woning ? Houd bij het uitbrengen van een openingsbod rekening met je budget en...

Lees verder

Huis bezichtigen: 10 vragen die je echt moet stellen

Huis bezichtigen: 10 vragen die je echt moet stellen Je hebt een woning gevonden waar jij...

Lees verder